Katrijn Van Bouwel, 'De muze en het meisje'

Om in te kaderen

Haar woorden fladderden u misschien al tegemoet op Twitter, op uw televisiescherm of vanaf het podium. Nu worden ze bloemrijk over meer dan 200 pagina's uitgestrooid. Katrijn Van Bouwels debuutroman is er één om te koesteren. 

In 'De muze en het meisje' volgen we Mila, die krampachtig op zoek gaat naar het ultieme. Het liefst zou ze vereeuwigd worden. En waar kan dat beter dan op doek? Ze poseert zich een kramp voor kunststudenten, maar die zien haar naakte lichaam slechts als een brok anatomie, een studieobject voor hun penselen. Tot de schilder Torven haar tot muze boetseert.  

In het begin is het wennen aan de barokke stijl van Van Bouwel. Sommige metaforen lijken vergezocht en de woordspelingen zijn ook wennen. En dan is er die schaamteloze romantiek die van het liefdesverhaal druipt. De scène waarin Mila en Torven elkaar leren kennen is zeemzoete VIJF-televisie. 

Maar verdorie, het wérkt. Bewust morst Van Bouwel met suiker bij haar liefdesbeschrijving, want het is dát ideaalbeeld dat haar hoofdpersonage Mila koestert. De uitvergroting in pathetische liefdesdialogen en filmische scènes is een juiste keuze. Iedereen die ooit op zoek was naar vervullende liefde die de ijdelheid kietelt, herkent zich hierin. Vooral wie zijn wonden daarna moest likken. In geen enkel boek lazen we zo treffend hoe liefde ook kwetsuren achterlaat. 

Katrijn Van Bouwel blijft kwistig met originele beelden en wanneer het verhaal vaart neemt, is het net die bloemrijke taal waarin je wil blijven wonen. Woorden als verrukkelijke proeverij. Tegelijkertijd laat ze veel over aan de verbeelding van de lezers die zelf een gezicht aan de personages moeten geven. En soms volstaan slechts enkele penseelstreken om treffend een kindertijd te omschrijven: de intieme gloed van familie en tegelijkertijd de veroordeling tot elkaar. Want naast liefde met een grote L, wordt er ook met veel schoonheid over familie en vriendschap geschreven. 

'De muze en het meisje' is een intelligente, zintuiglijke roman over eeuwigheid, ijdelheid en zelfontplooiing. Met prachtige beelden, filosofie, humor én sérieux schept de schrijfster een verslavend universum langs de vier seizoenen. Het is ultiem escapisme en tegelijkertijd blijven veel woorden en boodschappen als een mist over je eigen leven hangen. Zoals alleen echt goede boeken dat kunnen.

 

Details Fictie
:
Publisher: Prometheus
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
224