Karl van den Broeck, 'De vogel in mijn haar'

Over vogels en vrijheid

Karl van den Broeck heeft zijn sporen al ruimschoots verdiend; hij was chef boeken voor ‘De Morgen’, hoofdredacteur van ‘Knack’ en sinds 2014 hoofdredacteur bij ‘Apache.be’, een website voor onderzoeksjournalistiek. Samen met zijn petekind, de negenjarige Sofie, schreef hij tijdens een vakantie in Italië zijn eerste jeugdboek. Als motto werd gekozen voor het refrein uit ‘Sing our own song’ van UB 40, verwijzend naar het recht op individuele vrijheid.

De plot van ‘De vogel in mijn haar’ is vrij mager: Sofie weigert hardnekkig haar lange haren te laten knippen, want zij vormen de uitgelezen schuilplaats voor Vincent, een sprekende zwaluw. Gaandeweg ontstaat een sterke band tussen beiden, waarbij wederzijds respect voor elkaars identiteit centraal staat. Wanneer Vincent met z’n ‘zwaluwvrouwtje’ Hironda naar Afrika reist, neemt Sofie een kloek besluit; ze laat haar haren knippen. Een betekenisvolle scène, die haar groei sterk verbeeldt. Wanneer Vincent terugkeert, wordt in wederzijds overleg besloten dat hij en Hironda in de kerktoren hun eigen nestje zullen inrichten. Het thema opgroeien wordt zo wel erg nadrukkelijk geïntegreerd. Zwaluwen worden nu éénmaal sneller volwassen dan mensenkinderen, en Vincent volgt dan ook z’n eigen instinct. Van den Broeck problematiseert dat gegeven niet; beide personages gunnen elkaar hun vrijheid, waardoor de auteur bij het motto van UB 40 aanknoopt.

Blijft de plot vrij beperkt, dan overtuigt de literaire neerslag evenmin. Als vertellende ik-verteller haalt Sofie herinneringen aan haar samenleven met de eigengereide zwaluw op. Dat resulteert in losse scènes, veelal herinneringen, die zich als vrijblijvende passages laten lezen, zonder veel diepgang. Stilistisch is Van den Broeck duidelijk niet aan zijn proefstuk toe; zijn eerste jeugdboek is in een directe taal geschreven, met een vlot vertelritme. De toon blijft echter kinderlijk-naïef, zelfs voor een negenjarige protagoniste. Het gebrek aan afwisseling staat literaire uitdaging in de weg. De sterk beschrijvende scènes verhinderen een eigen invulling van de lezer. Het lijkt alsof het overbrengen van de – weliswaar goedbedoelde – boodschap centraal staat. Aan de tweede component van de samenstelling ‘jeugd-literatuur’ wordt nauwelijks aandacht besteed:

“Rothko was een schilder die met choco schilderde, zegt oom Karl. Maar dat is een gekkie, want hij vertelt altijd gekke verhalen. Vincent vond het allemaal heel grappig en begon te lachen. Hij lachte heel luid en heel hoog.”

De illustraties van Fatinha Ramos maken één en ander goed. Deze in Antwerpen wonende illustratrice heeft Portugese roots, en dat merk je in haar uitbundige kleurenpallet, vol warme tinten. Ramos behoudt de fantasievolle invulling van het verhaal en verbeeldt Sofies kapsel als een wildgroei aan olijfbladeren. Minder overtuigend zijn de karakters, die eerder schetsmatig opgebouwd zijn en daardoor te makkelijk inwisselbaar. Vincent, met z’n vliegeniersbril en helm krijgt een iets gedetailleerdere uitwerking, maar blijft eveneens een comic-figuurtje, met weinig eigen karakter.

‘De vogel in mijn haar’ blijft te sterk de neerslag van een fantasievol verhaaltje waaraan oom en petekind waarschijnlijk meerdere plezierige uren beleefden. Maar zo’n vertelseltje vormt nog geen volwaardig jeugdboek, getuige de opeenvolging van losse scènes zonder rode draad, de magere plot en de vlakke, descriptieve taal. Het schrijven van een volwaardig jeugdboek blijft nu éénmaal een apart metier, en is lang niet iedereen gegeven.  

 

Vanaf 6+

Details Fictie
Auteur: Karl van den Broeck
Illustratrice: Fatinha Ramos
Uitgeverij: Davidsfonds
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
47