Karl Geary, ‘Montpelier Parade’

Een mooi broos vlammetje in de kille regen

Experimentje. Sluit even je ogen en beeld je ‘Montpelier Parade’ in. Voel je die warme mediterraanse zon die op je huid brandt? En zie je ook de kleurrijke stoet aan trommels en trompetten die feestelijk door de straat voorbij trekt? Doe je og­en weer open en kijk hoe de koude regen aanhoudelijk blijft kletteren op de kille donkere kasseien van een troosteloze straat in het moddervuile Dublin van de jaren tachtig.

Het contrast kan niet groter. Tussen de zonovergoten vrolijkheid die Montpelier Parade lijkt te suggereren en wat ze in fictieve werkelijkheid is: een trieste straat in een depressieve arbeiderswijk. Even groot is het contrast tussen de hopeloze zestienjarige schooljongen Sonny Knoll en de veel oudere, mooie, rijke vrouw Vera, bij wie hij klusjes komt opknappen. Twee heel eenzame wezens, allebei drieste eenzaten op hun manier, die een zo goed als onmogelijke romance beginnen. De ene droomt dapper een hele toekomst voor zich, de andere sleept een zwaar verleden met zich mee. Genoeg psychologie om een interessant debuut mee te vullen, dacht Karl Geary. Volledig terecht.

Een interessant maar ook donker debuut. Want – wat had je gedacht? – de relatie is verre van vanzelfsprekend. Sonny komt uit een hardvochtig armoedig arbeidersgezin waar iedereen in zijn eigen liefdeloze wereld probeert te overleven. En Vera blijkt een moeilijk te doorgronden vrouw die kampt met mysterieuze problemen. Maar problemen zijn er om op te lossen, dus vestigt Sonny in zijn jeugdige naïviteit alle hoop op haar om zijn en haar uitzichtloze leven een nieuwe glans te geven.

Het mooie van dit debuut zit in de subtiliteit van de diepe contrasten. Alles botst en zal blijven botsen. De authentieke fragiliteit van de teergevoelige Sonny tegen de donkerruwe achtergrond van de lelijke realiteit. Hoe de dolverliefde knul zijn geliefde probeert te helpen en er met zijn jeugdige bravoure wel in slaagt haar lijf te veroveren, maar nooit kan doordringen tot de diepte van haar ziel. Hoe hij heel voorzichtig probeert iets op te bouwen nadat al het andere steeds mislukt. Buitengegooid op school, onbegrepen door zijn ouders en zijn enige maatje Sharon lacht hem toch maar uit als hij even sentimenteel dreigt te worden. En dan is er plots Vera. Eindelijk een hoopvol vlammetje in Sonny’s donkere leven, eindelijk iets wat het waard is te beschermen tegen de brutale regenvlagen van zijn bestaan.

Geary toont zich een goede verteller. Heel filmisch – uiteraard wordt dit boek binnenkort verfilmd! – borstelt hij levendige taferelen op papier. Af en toe zoekt hij misschien net iets té gretig naar mooie literaire metaforen. Maar kom, we lezen liever dat de regen zich poëtisch ‘als klimop aan de winkelruit klampt’ dan dat het heel het boek door pijpestelen regent, een spreekwoord dat ons altijd al mateloos heeft geïrriteerd. Ook het vertelperspectief, consequent in de experimentele ‘jullie’-vorm, is wat gedurfd en werkt misschien beter in het Engels dan in de vertaling.

Maar storen doet het allemaal niet. ‘Montpelier Parade’ is een mooi en fragiel boek. De eenzame strijd van het broze sentiment tegen de wrede, gevoelloze wereld. Het kleine beetje warmte in de treurige kilte, de levenslustige jongensfantasie in de bekrompen conservatieve dorpsmentaliteit. Het sprankeltje hoop in de hopeloze maatschappij. En dat allemaal neergechreven in een verfijnde subtiliteit die ons benieuwd doet uitkijken naar meer werk van Geary.

Details Fictie
Jaar:
2017