Julian Barnes, 'Hoogteverschillen'

De realiteit heeft de fictie ingehaald

Met ‘Alsof het voorbij is’ pende Julian Barnes een pareltje neer. Een werk dat terecht werd bekroond met een Man Booker Prize. Gelukkig stond er toen ‘alsof’ in de titel, anders was deze waardige opvolger nooit geschreven.

Het Engelse ‘Levels of life’ wordt in de Nederlandse vertaling ‘Hoogteverschillen’. Alhoewel dat laatste vrij goed de rode draad doorheen het boek aangeeft, schiet het naar ons gevoel ietwat tekort in vergelijking met het origineel dat veel meer tot de kern doordringt.

Wat is die kern? Dat één plus één wel degelijk drie kan zijn. Twee dingen, twee mensen die samenkomen en daardoor de wereld veranderen. En dat, wanneer één van beide wegvalt, die andere onvolledig – en dus nooit meer als voorheen – achterblijft. In rouw en pijn. Met herinneringen en verhalen. Met, zoals Barnes het zo treffend zegt, verdrietwerk.

‘Hoogteverschillen’ bestaat uit drie delen die de liefde tussen twee mensen gemeen hebben.

In het eerste, ‘De zonde van de hoogte’, die tussen Félix Tournachon – de aeronaut annex schrijver, tekenaar én fotograaf die in het kunstenaarswereldje Nadar werd genoemd – en zijn vrouw. Op het einde van de negentiende eeuw trok hij weg uit Parijs om in alle rust en tot aan haar dood voor de afatische Ernestine te zorgen.

‘Op vaste bodem’ brengt de beschrijving van de ‘affaire’ die kolonel van de Royal Horse Guards en ballonvaarder Fred Burnaby kortstondig heeft met actrice Sarah Bernhardt. Hij wordt overstelpt door de liefde, terwijl zij ‘zal van je houden zolang ik van je houden zal’. Of hoe twee samengevoegde dingen soms gewoon ook niet werken.

De apotheose van het boek is ongetwijfeld deel drie. Naar ‘Het verlies van diepte’ keken we eerlijk gezegd het meeste uit. Onze verwachtingen over ontroering, diepgang en treffende beschouwingen over rouw en verdriet, werden stuk voor stuk ingelost. Het klinkt wellicht hard, maar de auteur schreef van op de eerste rij. Zijn rol als ervaringsdeskundige werd hem opgedrongen nadat zijn vrouw Pat Kavanagh in 2008, na een huwelijk van dertig jaar, overlijdt. Er lagen zevenendertig dagen tussen diagnose en dood.

Meteen nam het verdrietwerk van Barnes een aanvang. Of zoals hij zelf zegt: 'Soms is het passief, een wachten tot tijd en pijn verdwijnen; soms actief, een bewuste aandacht voor dood en verlies en de dierbare; soms noodzakelijkerwijs verstrooiend. En je hebt zulk werk nog niet eerder gedaan.'

In goede en kwade dagen wordt bij Barnes bij hoog en laag. Met haar, zonder haar. En hoe dat zonder ook voorbij de dood toch altijd met zal blijven. Dat een hoopvolle gedachte noemen is te optimistisch, maar troostrijk is het zeker.

Zoals gezegd, we keken ernaar uit, naar die optekening van de allerindividueelste emoties. Toch waren we opgelucht dat het boek maar zo kort geworden is. Heel even dreigde het beschouwen naar ons gevoel te doordrammerig te worden. Dan komt echter het vakmanschap van de schrijver boven – vakmanschap dat hij al etaleerde met het aanhouden van de prachtige symboliek van hoogtes en laagtes, van opstijgen en landen – en sluit hij af met een voorzichtig positieve noot. Het moment 'waarop verdriet ‘slechts’ de herinnering aan verdriet wordt, en het leven weer voelt alsof het zich op het vlakke, op vaste bodem, voltrekt.'

Julian Barnes schreef een mooi palmares bij elkaar, met onder meer ‘Flaubert’s parrot’ en het in de lente van 2008 verschenen ‘Niets te vrezen’, essayistische werk over – o ironie – de dood. Wist hij veel wat de harde realiteit later dat jaar nog voor hem in petto had ...

Details Fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
127