Julian Barnes, 'Het tumult van de tijd'

Dunne lijn tussen fictie en werkelijkheid

‘Een van het horen
 Een van het herinneren
 En een van het drinken.’ 

Met dit Russisch volkswijsje begint Julian Barnes zijn verhaal over componist Sjostakovitch ten tijde van het Stalin-bewind. De schrijver verwijst ermee naar de traditie van het wodka drinken, dat naar aloude gewoonte met drieën gebeurt. De introductiescène met de twee reizigers en de bedelaar in één of ander station, dompelt de lezer meteen in de sfeer die de rest van het verhaal typeert. Een verhaal van weemoed, angst en onderwerping.

Een man staat in de traphal te wachten op de lift. Een intrigerend gegeven, want we vragen ons onmiddellijk af wat Dmitri Dmitriëvitsj daar staat te doen. Allemaal losse zinnen en alinea’s geven de vele gedachten weer die op dat moment door zijn hoofd gaan. Een krachtig beeld en een feit dat Barnes hier toeschrijft aan zijn protagonist, maar tegelijk één van de fictie-elementen in ‘Het tumult van de tijd’. Het fenomeen van mannen die in de jaren dertig van de vorige eeuw in het Rusland van Stalin met een koffertje in de hand buiten hun appartement gingen wachten tot iemand van het regime hen zou komen oppakken, is wel degelijk de realiteit. ‘… omdat ze hun geliefden de aanblik van hun arrestaties wilden besparen.’ Alleen is nooit aangetoond dat ook ‘volksvijand’ Sjostakovitsj  - zoals hij in een bepaalde periode van zijn leven door het regime werd genoemd - daar aan de lift heeft gestaan.

Muziek. En hoever de componist bereid is te gaan om die constante in zijn leven te vrijwaren.

De botsing met het bewind komt er wanneer Stalin tijdens de opvoering van Sjostakovitsj’s eerste en enige opera  - ‘Lady Macbeth uit het district Mtsensk’ -  de zaal verlaat. De volgende dag kopt de Pravda dat het gaat om ‘warboel in plaats van muziek’. Het wordt een geijkte uitdrukking in het Rusland van de eerste helft van de twintigste eeuw. Muziek, en bij uitbreiding ook andere cultuuruitingen, is voor het volk en moet dus melodieus zijn. Een karakteristiek waarin het oeuvre van Sjostakovitsj niet meteen uitblonk.

Er is ook de voortdurende angst. Zelfs in de periode van ‘Dooi’ onder Chroestjov blijft die angst aanwezig. ‘Ik weet niet hoe ik niet bang moet zijn.’ Om te kunnen blijven werken, zal de componist van onder meer een bekend stuk als Jazz Suite n°2 compromissen doen. De van nature pessimistische man wordt er niet gelukkiger op.

‘Het waren de lepeltjes honing in een teerton …’ of ‘hij weet zoveel van muziek als een varken van sinaasappelen.’ Het hoeft geen betoog: Julian Barnes is een erudiet, vaardig schrijver. Toch kon dit ‘Het tumult van de tijd’ ons niet begeesteren, zoals hij dat eerder in werken als ‘Alsof het voorbij is’ en ‘Hoogteverschillen’ wel deed. Op de duur dook de verveling zelfs op. De schrijver zit heel diep in het hoofd van zijn protagonist en hij rijgt de beschouwingen aan elkaar. Bovendien gaan sommige passages heel erg de politiek-filosofische kant op, wat van de lezer toch de nodige kennis vraagt. 

Twee troeven wisten ons te overtuigen. De uitstekende sfeerschepping en de onderdompeling in ‘het tumult van de tijd’ dat, naar het einde van zijn leven toe, Dmitri Sjostakovitsch in een soort van verdoofde werkelijkheid leidt. Ten slotte is er de fictionele biografie, het genre dat Barnes op ingenieuze wijze in de praktijk brengt en hem de vrijheid biedt historische feiten en een eigen invulling van zijn personage te combineren. De lijn tussen fictie en non-fictie is dun, heel dun.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
223