Joris van Casteren, 'Lelystad'

Pionierskinderen

Het is niet altijd gelachen om onder het zeeniveau te wonen – vraag dat maar aan een Nederlander. Het water, of liever de strijd ertegen, is dan ook een niet te versmaden bouwsteen van de Nederlandse nationale identiteit. De kroon op Nederlands eeuwige veldslag tegen het water is ongetwijfeld de indijking van de Zuiderzee, die begin vorige eeuw werd teruggebracht tot het huidige IJsselmeer en ingepolderd tot de provincie Flevoland.

Een van de eerste steden in deze provincie was Lelystad, genoemd naar ingenieur Cornelis Lely die de plannen voor de drooglegging tekende. Lelystad werd neergepoot met hoge verwachtingen. De nog drassige tabula rasa zou een voedingsbodem worden voor nieuwe en betere samenlevingsvormen en gedurfde pedagogische experimenten. Maar daar kwam weinig van terecht: Lelystad, de trots en hoop van oranje, ontaardde in – zo staat het op de achterflap – 'de meest ongewenste plek van Nederland, geteisterd door criminaliteit en leegstand'.

Onder de eerste generatie kinderen in Nederlands pioniersstad bevond zich Joris van Casteren, die in 'Lelystad' zijn ervaringen als opgroeiende jongen optekent. In een nuchtere, bij de nieuwe zakelijkheid aanleunende stijl beschrijft Van Casteren de desolate aanblik van de stad en zijn verlopen inwoners, een vreemd organisme dat de kans niet heeft gekregen om natuurlijk te groeien. Die beschrijving wordt af en toe onderbroken door een portret van de ingenieurs, architecten en eerste bestuurders van Lelystad. Van Casteren heeft goed begrepen dat less is more: zijn observaties, zonder al te veel explicitatie of morele bedenkingen, laten veel over aan de interpretatie van de lezer, die soms het humoristische, soms het schrijnende van Van Casterens anekdotes kan inzien. Wanneer de jeugd van Lelystad in de ban raakt van 'Beverly Hills 90210', schrijft Van Casteren bijvoorbeeld: 'De geest van dit soort serieus verbreidde zich in de hofjes en op het schoolplein. Dat kon zo makkelijk omdat er geen andere geest was.' En daarmee moet je het doen.

Maar 'Lelystad' is niet enkel een reportageroman. Er zit ook een flink stuk autobiografie in waarin Van Casteren het relaas doet van zijn jeugd met een lesbische moeder en haar wisselende vriendinnen in een omgeving die weinig geneigd is het beste in de mens naar boven te halen. In het verslag van zijn Bildung passeren verschillende fases de revue: van kleine vandaal evolueert Van Casteren tot jeugddelinquent en daarna tot zelfverklaarde poète maudit, tot hij zich uiteindelijk van Lelystad losweekt en in Utrecht een opleiding journalistiek gaat volgen. Dit autobiografische aspect wordt mooi aangewend in het laatste deel van het boek, waarin Van Casteren beschrijft hoe hij na vijftien jaar terugkeert naar Lelystad om materiaal te verzamelen voor zijn roman. Van Casterens hardnekkige weigering om ook bij deze terugkeer een expliciet oordeel uit te spreken over zijn thuisstad werkt opnieuw suggestiever dan elke verwoording.

'Lelystad' is dus niet louter geslaagd omwille van de boeiende thematiek van het verhaal. De drooglegging en inpoldering van de Zuiderzee is zeker een monumentaal onderwerp dat al vaak beschreven is en tot de verbeelding spreekt; Van Casteren kan dan ook een schat aan feitenmateriaal voorleggen gebaseerd op archieven, dagboeken en interviews. Maar vooral de stijl waarvoor de auteur gekozen heeft, maakt 'Lelystad' het lezen meer dan waard. 'Lelystad' is wel eens ‘non-literair’ genoemd, maar niets is minder waar. Precies de keuze voor deze beschrijvende reportagestijl geeft 'Lelystad' zijn suggestieve en literaire kracht.

Details Non-fictie
Auteur: Joris van Casteren
Copyright afbeeldingen: Prometheus
Uitgever: Prometheus
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
333