Jorge Luis Borges, Alle gedichten

De haven en de breedtegraden. Poëzie van Jorge Luis Borges

Soms verschijnt er geen boek, maar een monument, een monument voor een schrijver alsook voor de literatuur als geheel. Zo'n verschijning is ‘Alle gedichten' van Jorge Luis Borges (1899-1986), vertaald door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer. Of hoe een boek niet alleen een monument kan zijn, maar ook een samenkomst van heerlijke onmogelijkheden.

‘Alle gedichten' is een onmogelijke taak voor de lezer. De vertaling spreekt dat echter tegen; hulde voor de vertalers, wier werk veel van Borges' poëzie pas voor het eerst ontsloot voor Nederlandstalige lezers. Ook al kunnen wij het Spaans niet nauwgezet vergelijken met het Nederlands, wel kunnen we het oordeel vellen dat de Nederlandse gedichten daadwerkelijk dat zijn: gedichten, met prachtige regels als ‘Beneden / begeert de haven verre breedtegraden / en het diepe plein dat stervelingen nivelleert / gaat open als de dood en als de slaap.' Hoewel de trouw aan de muziek en vorm van Borges' gedichten, zoals expliciet benoemd in de verantwoording van de vertalers, hier en daar voor ongemakkelijke Nederlandse regels zorgt, leidt ze doorgaans tot vloeiende poëzie die getuigt van Borges' literaire waarde.

Want Borges' vuistdikke werk is absoluut lezenswaardig. Hier schuilt echter de eerste echte onmogelijkheid ervan, waarvoor de meester zelf ons de woorden reikte: het boek is gemaakt uit boeken, de boeken zijn gemaakt uit gedichten die elk op zich een wereld vormen. Verdient elk van deze werelden het om gelezen te worden? Hoe groot is de verantwoordelijkheid voor die werelden als we onderscheid maken tussen die werelden wiens bestaan we onderhouden door hun gedichten te lezen, en de werelden die we laten verdwijnen als niemand van ons ze nog leest?

Dat verband tussen het bestaan van de wereld, of een wereld, en onze aanwezigheid en opmerkzaamheid, herneemt Borges telkens opnieuw. De wereld wordt op allerlei manieren in gevaar gebracht, bijvoorbeeld door de slaap: ‘De nacht wil dat je deze nacht je naam / vergeet, je voorouders, je bloed, elk woord / uit een mensenmond en elke traan, [...] en, moeilijker, datgeen waar je van houdt.' De nacht, de slaap, ze kunnen ‘de kosmos wissen'. Op niveau van de bundel tonen ze de noodzaak om te blijven lezen om ze te behoeden voor vergetelheid.

Voor de filosofisch ietwat onderlegde lezers zijn de doorgaans impliciete, soms ook expliciete verwijzingen naar denkers als Berkeley, Schopenhauer en Nietzsche evident: de wereld als strijdperk, de tijd als menselijke natuur, de nietigheid en de uniciteit van elk mens, of op zijn minst de noodzakelijkheid om in die laatste te geloven. Maar Borges is nergens doctrinair. Hij beent hun posities uit tot de zinsvragen die het eigenlijk zijn: wie zijn we, waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe?

De verzamelbundel vormt een labyrint waarin we telkens de weg kwijtraken - een tweede onmogelijkheid van het boek als taak. Zoekend naar een gedicht waarmee een andere, zojuist gelezen regel resoneert, vinden we niet het gezochte, maar raken we enkel dieper verstrikt in de mazen van Borges' net. Hij creëert een wereld van spiegels, onbekende straatjes, avondlicht dat binnenplaatsen overgiet en verandert, blinkende zwaarden van gaucho's en parallelle krijgsmoed van schrijvers die de wereld ordenen, zoals Walt Whitman ‘die een tweede Adam is / en de ondermaanse schepselen benoemt'. Borges' orde zelf vormt en vervormt.

De voorwoorden die Borges bij zijn bundels schreef en die eveneens werden opgenomen en vertaald, leggen een laatste onmogelijkheid bloot, die van de poëzie. Bij ‘De diepe roos' (1975) spreekt hij over poëzie als het begin van literatuur. Het woord schetst hij als ‘een magisch symbool' ‘dat door de woekering van de tijd sleets is geraakt'; aan de dichter de taak het ‘zijn primitieve en nu verborgen kracht terug te geven'. Borges verwerpt theorieën over literatuur en wat ze moet of vermag. Zijn werk is tegelijk een weergave van die magie tussen woorden en dingen. En hij wil die magie wel degelijk herwinnen. Niet al zijn gedichten zijn daartoe in staat. Maar in de meer dan duizend pagina's zijn er genoeg regels te vinden die opnieuw doen geloven in die verborgen kracht.

Details Poëzie
Originele titel:
Obras completas / Poesía completa
Auteur: Jorge Luis Borges
Vertaler: Barber Van de Pol, Maarten Steenmeijer
Copyright afbeeldingen: De Bezige Bij
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2011
Aantal pagina's:
1247