Joost Vandecasteele, Opnieuw en opnieuw en opnieuw

Opnieuw naar Sin City

Penny en Alex zijn aartsvijanden, maar ook voormalige minnaars. In ‘Opnieuw en opnieuw en opnieuw’ herwerkt Joost Vandecasteele de mythe van Pentesilea en Achilles tot een actuele haat-liefde-relatie met een donker tintje. Want – net als in de verhalenbundel ‘Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij’ – plaatst de auteur het verhaal in een dystopie: Neo-Sparta, de monsterstad waarin tamelijk wat Sin City-achtige pesonages (prostituees, rebellen, politie, veiligheidsagenten, corrupte burgemeesters,..) elkaar kruisen.  Samengevat: een beetje alle lelijke wijken van Sao Paolo, Brussel en Las Vegas bij elkaar geveegd.

Alex moet, als politie-agent, het opnemen tegen zijn bedpartner Penny, die na een zwaar parcours als hoer, het tot revolutionaire leidster heeft geschopt. Hun respectieve levensverhalen en die van hun compagnons zijn aandoenlijk en stevig gekruid. Vandecasteele toont er weer zijn knappe schrijfstijl met als belangrijkste wapens: de cassante metaforen, de scherpe ironie en de overdrijving.

Maar ‘Opnieuw en opnieuw en opnieuw’ gaat gebukt onder een serieuze zwakte. De grote dystopiëen (1984, Brave New World) en zelfs de ‘kleine’ (Terminator, Mad Max, V for Vendetta,..) hebben altijd een sterk kader, een rode draad die impliciet of expliciet uitlegt waarom die toekomstige wereld zo klote is. Vaak is dat een repressief orgaan waartegen de hoofdpersonages zich verzetten (en al dan niet falen). In dit boek zul je nergens zoiets vinden. Dat zorgt er ook voor dat je nauwelijks weet wat de personages echt willen. Ze zijn nihilistisch aangelegde aconformisten die eerder toevallig een ‘functie’ bekleden.

Hevig in contrast daarmee is de pathetiek die van de pagina’s druipt met regelmatige zinsneden als ‘Het was vrijheid of sterven’, of de verwijzingen naar ‘de goden’ en ‘het noodlot’. Zeker als je het al te gekunstelde en al te goedkoop rondgestrooide cynisme erbij telt. Alles is heel vaak whatever: het meest manifest in het uitgaansclubje van de Nieuwe Nuttelozen, waar Alex zich bij aansluit na de verdwijning van Penny. Zelfs het orakel, het derde ‘Griekse’ personage, kan geen beetje spankracht in het verhaal blazen. Want: ook zij is maar één van de zovele opeenvolgende orakels die ook echt niets aan het leven in Neo-Sparta zal veranderen. Fijn is dat.

Wanneer je als lezer de ‘finale’ bereikt, ben je al een groot stuk interesse kwijt, maar zelfs in die state of mind is het einde nog een tegenvaller. ‘Het verlangen naar maatschappelijke verandering’ dat een andere recensent meende te ontwaren, wordt er noch geuit, noch nagevolgd, noch onderdrukt. Het eindigt met een vechtpartij die enkel bewijst hoe hard-boiled en inhoudelijk beperkt het welverhaal is. Wat door de achterflap dan pathetisch ‘een finale veldslag tussen twee halfgoden in de buitenwijken van de moeder der metropolissen’ genoemd wordt.

Vandecasteele schrijft nog altijd sterk – de dialogen zijn filmmateriaal waardig en doen aan Raymond Chandler denken. Maar voor een roman mist ‘Opnieuw en opnieuw en opnieuw’ interne consequentie en - veel belangrijker nog – spankracht en drive.

Details Fictie
Auteur: Joost Vandecasteele
Copyright afbeeldingen: Arbeidspers
Uitgever: Arbeiderspers
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
312