Jonathan Robijn, 'Congo Blues'

Wortelen in troebel water

Mocht op een dag het verleden voor je deur staan, zou je dan open doen? Mocht de sleutel tot je eigen schimmige verleden je voor de voeten worden geworpen net op het moment dat je je hebt geschikt naar diens plooien en je een tweede thuis hebt gevonden in de nacht en de tonen van de jazzmuziek. Zou je dan nog achterom willen kijken? Wellicht wel als dat verleden de gedaante heeft aangenomen van een intrigerende, niet onaantrekkelijke jonge vrouw genaamd Simona.

Jazzpianist Morgan, blank noch zwart, vindt in de vroege uren van nieuwjaarsdag een vrouw op straat. Hij besluit haar mee naar huis te nemen, opdat ze niet zou doodvriezen op het trottoir. De vrouw blijft langer dan gepland. Ze geeft weinig van haar identiteit prijs, maar stelt hem rake vragen over zijn eigen jeugd, meerbepaald de jaren die hij doorbracht in Congo.

‘Lelies die op troebel water dreven; de wortels van de lelies bleven onzichtbaar. Een vraag die altijd terugkeerde was: waarom had iemand hem op een vliegtuig gezet? Hij was er lang geleden al in geslaagd om aan die opwelling niet méér aandacht te besteden dan aan de vaststelling dat het buiten regende. Misschien kwam het door de stilte die Simona had achtergelaten dat sommige herinneringen toch naar boven kwamen.’

De roman ‘Congo Blues’ valt uiteen in twee delen. Deel een zou je kunnen lezen als een ontwaken van een verlangen door het mysterieuze personage van de jonge vrouw. Deel twee als de actieve zoektocht van Morgan naar de intussen verdwenen Simona. Een zoektocht die uiteindelijk leidt naar zijn identiteit als kind van Save.  

Naar verluidt hoorde Jonathan Robijn voor het eerst het verhaal tijdens zijn werk voor Artsen Zonder Grenzen. Aan het einde van de jaren vijftig werden zo’n driehonderd kinderen uit Rwanda-Urundi door de koloniale autoriteiten in het tehuis van de Witte Zusters van de missie van Save geplaatst. Het waren kinderen van een Belgische vader en een zwarte moeder. Vlak voor de onafhankelijkheid werden ze in België bij pleeggezinnen ondergebracht. Ze zouden hun moeders, broers en zussen nooit meer zien.

Net als in zijn bundel kortverhalen vervult Brussel in 'Congo Blues' een glansrol. Robijn is een voortreffelijke locatiescout. Van de stationsbuurt tot de statige lanen, de hoofdstad resoneert in al haar gedaanten. Je luistert voortaan helemaal anders naar de vogels in het Warandepark. Een sleutelscene speelt zich af op een van de grote begraafplaatsen van de stad, waar heden en verleden samenkomen.

Zo gul de schrijver is met locatiebeschrijvingen, zo karig is hij met tijdsaanwijzingen. Bruinkool, een transactie in Belgische Frank en een ratelende typmachine voeren subtiel terug naar de jaren tachtig. Het is wel vaker zoeken naar de rode draad. Het naar een climax toe geconstrueerde verhaal is soms moeilijk te volgen, maar dat maakt nu net deel uit van Morgan’s verhaal. De schrijver onderwerpt de lezer aan de zoektocht. ‘Congo Blues' is een intrigerende roman over de witte en zwarte toetsen van het Belgische verleden. Het is een ideale opmaat voor diepgravender werk als de ‘Kinderen van Save’ van Sarah Heynssens.   

Details Fictie
:
Uitgeverij: Cossee Uitgeverij
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
182