Jonathan Coe, 'Klein Engeland'

De Brixit Club

Jonathan Coe observeert graag wat er reilt en zeilt in zijn land. Met zijn twaalfde roman ‘Klein Engeland’ verschijnt het derde deel van zijn politiek-sociologische dissectie van Engeland anno nu, en de invloed van politieke beslissingen op een handvol families uit Birmingham. Deze personages kennen we nog van vorige romans, maar nieuwe lezers kunnen even vlot aanhaken.

Na de macht van de vakbonden en de opkomst van het thatcherisme in 'De Rotters' Club' en Blairs Third Way in 'De gesloten cirkel' is het nu de beurt aan de stille volkswoede die uiteindelijk tot een nipte YES voor Leave in het Brexit-referendum heeft geleid en alle chaos die daarop volgde.

Met zijn gekende gevoel voor op en top Britse humor pikt Coe de draad zo'n zes jaar na de frappante ontknoping van ‘De gesloten cirkel’ weer op. Doug Anderton werkt en leeft op de eerste rij van de politieke ontwikkelingen, en ligt overhoop met zowel zijn aristocratische echtgenote als zijn tienerdochter. Sophie Potter breekt met haar traditie om enkel met intellectuele mannen te daten en verrast iedereen, ook zichzelf, met haar nieuwe partner.

Benjamin Trotter blinkt zoals gewoonlijk uit in afwezigheid bij de tijdsgeest. Hij leeft afgezonderd, maatschappelijk losgekoppeld, en is altijd de laatste die iets te weten komt. Toch heeft hij zichzelf, en vooral zijn obsessie met Cicely Boyd, heruitgevonden. Zijn onvoltooibare ‘superroman’ krijgt met de hulp van uitgever Philip Chase een nieuw elan. Zo bereikt zijn decennia lang gekanaliseerde obsessie haar hoogtepunt met een publicatie.

Pijnlijk amusant zijn de dialogen tussen Doug Anderton en Nigel Ives, waarin de glibberige logica aan de oppervlakte komt waarmee de 'gewone Brit' in de aanloop naar het referendum werd bespeeld. Vooral hun laatste ontmoeting, het Brexit-interview zeg maar, laat een zware klomp in de maag achter. De complete u-turn van de Tories, het gevoel van we’re fucked en vooral de onvergetelijke exit van Nigel Ives geven een beklijvend beeld van de sfeer na het resultaat van het referendum. We krijgen het gevoel dat de politieke leiders absoluut niet weten waar ze mee bezig zijn.

Ook de scherpe verschillen tussen Dougs visie en die van zijn dochter Coriander tonen treffend de verdeeldheid binnen links: de oude salonsocialist versus de jonge social justice warrior. De verraderlijke framingtechnieken van zowel de pers als SJW's komen aan bod, niet zonder hun slachtoffers. Het andere uiterste is dan allicht de opmerkelijke vergelijking die Sophies conservatieve schoonmoeder Helena maakt tussen de open censuur in China en de verdoken tirannie in Groot-Britannië, die van het politiek correcte denken. Het is de tweede vorm die ze de ergste acht. De occasionele uiting van linkse intolerantie en het rechtse vingertje en lange tenen wijzen erop dat niets eenduidig is, een nuance die zo nodig is in tijden van polarisatie.

In elk portret dat hij schetst van zijn land in de tennies weet Coe de sterk verdeelde tijdsgeest te vangen. Overal houdt hij de vinger aan de pols van Merrie England, dat gekke land dat, dromend van een eenvormiger verleden, afdrijft naar een onzekere toekomst.

Ondanks de vele verwijzingen en knipoogjes naar de eerste twee romans, is het perfect mogelijk om meteen met ‘Klein Engeland’ te beginnen, zeker nu de actualiteit al Brexit (of ‘Brixit’ volgens Nigel Ives) is wat de klok slaat. Net als bij het leeuwendeel van Coes oeuvre is dit opnieuw een boek dat je onmogelijk kan wegleggen. De enige optie als lezer is Remain, want er zijn nog wel wat afrekeningen te vereffenen.

Details Fictie
Originele titel:
Middle England
Author: Jonathan Coe
Translator: Otto Biersma
:
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
432