John Updike, 'Je minnaar belde net'

Vertel me waarom je me niet niet aardig vindt

De affiche van 'The graduate' (1967) toont een tranche de vie uit de late jaren zestig. De film resoneerde burgerlijke erotiek ('Are you seducing me, Mrs. Robinson?'), een sfeer waarin menig koppel sneller wisselde van man of vrouw dan de gemiddelde mens van tandenborstel.

Toen Updike in dezelfde periode zijn roman 'Couples' publiceerde, hadden nogal wat van zijn buren problemen met het werk. Het boek bleek pijnlijk accuraat qua karakterbeschrijvingen. Niet de losse seksuele mores vormden het pijnpunt, wel de manier waarop Updike relaties beschreef die gedeukt raakten onder een ambigue moraal. Hij toonde te veel de schaduwkanten in het hoofd van Mrs. Robinson.

Wie Updikes Maple-verhalen leest (die de basis vormen van dit werk) realiseert dat de Amerikaan een scherp oog had voor de realiteit die schuilging onder de laag van dagelijkse banaliteiten. Net als schrijvers als Richard Yates, Joan Didion of Julian Barnes legt hij de zenuwbanen bloot van een middenklasse die de indruk geeft alles onder controle te hebben.

De Maples reizen naar Rome, participeren in een protestmars in Boston en knopen een gesprek aan met hun loodgieter. Updikes elegante en deemoedige schrijfstijl doet bij momenten eerder denken aan de warme penseeltoetsen van schilders als David Hockney of Pieter Brueghel. Zijn verhalen laten zich kenmerken door spaarzaam aangebrachte momenten van epifanie. Terwijl de loodgieter uitweidt over een vijftigjarige koppeling in het sanitair, realiseert Richard Maple zich: 'We denken dat we een leefruimte hebben gekocht, terwijl we in werkelijkheid een doolhof hebben gekocht, een archeologie van buizen en T-stukken.'

Updikes personages realiseren zich dat de ander hen steeds ontglipt, hoeveel jaren ze elkaar ook mogen kennen. Ze leven daarenboven in twijfel met zichzelf: zijn ze werkelijke individuen of een optelsom van sociales codes? 'Richard liet de vloeistof in het glas rondwalsen zoals de wijnexpert van zijn kantoor hem had gezegd te doen.'

Gerard Walschap zei ooit: 'De mens, ge kunt gij daar niet aan uit.' Met de stand van de huidige hersenwetenschap lijken we de gedragingen van de mens tot een zeker gehalte te voorspellen, maar fictie als deze leert ons hoe vreemd wij ons gedragen. Vooral wanneer het leven zijn dagelijkse routine draait.