John Eliot Gardiner, ‘Bach – muziek als een wenk van de hemel’

Groot verteller, doch kleiner dan zijn verhaal

Een goeie biografie? Die hangt van passie aaneen. Van liefde, voor het onderwerp. En als er iemand is die niets over de liefde te leren heeft, dan is het wel John Eliot Gardiner. Mocht zijn levenspartner deze woorden lezen, dan kijkt die misschien raar op. Liefde? Passie? Niet meteen verbaal gerief om een keer op keer keurig in zondagspak gestoken Brit van 70 mee in te pakken, of wel? Misschien niet, maar wanneer het om zijn muzikale verwezenlijkingen gaat is Gardiner, ondanks zijn leeftijd, nog steeds zo fris als een hoentje en zo avontuurlijk als een jonge vrijer met wat stuivers op zak. Breng Bach ter sprake, en zijn ogen beginnen te twinkelen, een glimlach nestelt zich minzaam tussen zijn lippen en een geestige frons tekent zich af op zijn voorhoofd. Daar spreekt een man met eruditie en reputatie, maar er is meer aan de hand. Ineens is de goesting zelve aan het woord, het verlangen om iets te creëren, iets bovenmenselijk gestalte te geven, een wenk van de hemel in klank om te zetten.

Van dirigent naar biograaf: het is een hele stap. Geen vanzelfsprekende, hoewel het ene metier met het andere gemeen heeft dat uren studeerwerk nu eenmaal deel uitmaakt van beide vakken. Bronnen onderzoeken, authentieke betekenissen proberen reconstrueren: of het nu het verhaal van de muziek of het verhaal achter de muziek is, maakt dat veel uit? Natuurlijk, want een goed muzikant is niet altijd een begenadigd verteller. Gardiner wel, precies omdat hij zijn kwaliteiten als uitvoerder en als persoon naar dit boek heeft meegenomen. Nee, om volledigheid was het de man niet te doen. Wie de tanden wil zetten in een ordentelijke, chronologische en van A tot Z uitgeplozen biografie van Johann Sebastian Bach ontleent beter een of andere stof vergarende titel uit de bibliotheek. Gardiner heeft immers niet de ambitie om alle geschiedschrijving rondom Bachs persoon nog een keer over te doen. Wat hij wel doet, is echter een pak boeiender. Hij belicht de man vanuit het oeuvre en wel het oeuvre waarmee Gardiner het best vertrouwd is: de vocale werken. Van het woord naar de persoon terug naar het woord: een hele weg, of gewoon een logische omweg? Eén die niet alleen inzicht geeft in wie Bach was, maar ook in wat deze muziek vandaag nog kan betekenen, voor iemand die haar ademt en bij wijze van spreken als dagelijks (spiritueel) brood tot zich neemt.

Was een biografie de juiste methode, of had Gardiner papier kunnen besparen door het vooral over de Bach te hebben die hijzelf aantreft via diens partituren? Eigenlijk niet: Gardiner grijpt het individu van de componist expliciet aan om iets wezenlijk over de muziek te zeggen, maar is gelukkig ook niet te katholiek om de minder fraaie kanten van het genie te belichten. Bach leefde in intellectuele, financiële en muzikale omstandigheden die hem vaak gefrustreerd hebben. Dat zelfs een geïrriteerd iemand tot zo’n zuiver oeuvre kon komen, werd lange tijd onaanvaardbaar geacht. Wat dan echter doen met de eerder matte, kleurloze geschriften die Bach zelf heeft nagelaten? Met dit boek zet Gardiner de poort naar een eerlijk beeld eindelijk wagenwijd open. Kan een mens niet houden van een soms wat chagrijnig, weerspannig en koppig iemand? Natuurlijk wel. En zeker als die iemand op zijn manier een rebel was. Rebels genoeg om wenken van de hemel tussen notenbalken te persen. Notenbalken waar men ruim twee en een halve eeuw later nog altijd met open mond en dankbaar trillende trommelvliezen van staat te kijken.

Details Non-fictie
Een groot verteller, kleiner dan zijn verhaal
Originele titel:
Music in the Castle of Heaven
Vertaling: Frits van der Waa, Pon Ruiter
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
764