Jesse Ball, 'Census'

Traumaverwerking met kafkaëske kantjes

Met ‘Census’ levert de Amerikaanse Jesse Ball, auteur van ‘Sinds Het Zwijgen Begon’ (2014), een verhaal af met een sterk autobiografische invalshoek. Het gaat hier om een vertelling waarin een vader, een voormalige arts, op sterven ligt. Met nog maar een paar maanden te leven neemt hij een allerlaatste taak op zich: hij wordt volksteller en zal nog een laatste keer een tocht doorheen schier eindeloze kleine steden en gehuchten van Amerika ondernemen. Daarbij wordt hij vergezeld door zijn zoon die het downsyndroom heeft.

‘Census’ is deels de verwerking van het trauma dat gepaard ging met de dood van Balls eigen broer Abram, die op slechts 24-jarige leeftijd het leven liet. Al vormt Abrams dood niet echt het uitgangspunt. Zo licht Ball in de introductie op het verhaal toe hoe ‘Census’ niet zozeer de relatie tussen beide broers behandelt, dan wel alles rond hen beiden. Het opzet bestond er vooral in om de betekenis van liefde voor iemand met het syndroom van Down ('Het is anders, het wijkt af') te verduidelijken, door bij uitstek de wereld rondom hen heen weer te geven.

Vader en zoon reizen door vaak kleinschalige, armtierig aandoende landschapjes, in het besef dat de tijd snel verder tikt. Ball beschrijft onder meer hoe het duo deur per deur afgaat om de volkstelling te verrichten. Tot gaandeweg de zinloosheid van de hele onderneming naar voren komt en het besef naderbij komt dat ze op zeer korte termijn afscheid van elkaar zullen moeten nemen.

De volkstelling zorgt ervoor dat het duo op de meest uiteenlopende karakters stuit, die evenwel niet altijd bereid zijn mee te werken. Zo krijgen ze onder meer met een burgemeester met een bizarre, kafkaëske fascinatie voor aalscholvers (!), een detective, een dokter en een puzzelmaker te maken, wat een vaak uiterst onheilspellende, bevreemdende sfeer aanbrengt. Bovendien dienen ook zij allemaal geteld en gemerkt te worden met een op het rib aan te brengen tatoeage.

Hoe meer het boek vordert, hoe meer ruimte er komt voor de gezamenlijke uitwisseling van ervaringen en het delen van de steeds beperktere tijd die hun nog rest. Dat samen met al die dingen die slechts enkel en alleen tussen de regels door te lezen vallen. In de witregels vind je onder meer de onuitsprekelijke liefde van een vader voor zijn kind (of via een omwegje: broederliefde), de kwetsbaarheid van het leven en hoe het toeval zijn onnavolgbare ding doet.

Zo diept Jesse Ball allerlei herinneringen op in dit boek. Dat wordt in de verf gezet door de achteraan opgenomen foto’s van Abram Ball. Zij versterken nog eens de haast onbeschrijfbare ervaring van verlies. Op bijzonder essentiële en aangrijpende manier schrijft Ball vooral over gemis, de betekenis van verlies en de haast onbeschrijfbare leegte die zijn broer Abram nalaat.

Ball beoogt empathie, maar slaagt erin om het drammerige en sentimentele te ontwijken. En hoewel het van de lezer enige inspanning vraagt om echt in het verhaal te komen, tref je hier zonder enige twijfel een potente, door eenvoud, onschuld en emotie gekenmerkte roman aan. Het boek ontroert en weet de lezer op lichtbriljante wijze wakker te schudden. ‘Census’ is dan ook tot uitgekiende literatuur getransformeerde traumaverwerking. Het is scherp, maar grijpt je onmiskenbaar bij het koude nekvel. Topklasse.

Details Fictie
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
256