Jeroen Brouwers, 'Het hout'

Een afscheid dat er geen mag zijn

Op opengescheurde bakkerszakken schrijft Jeroen Brouwers. In sierlijke letters, die hij op de uitlopers van een inhalige beroerte heroverde. De inkt is zijn hartslag, vertelde hij in een interview met De Morgen. Of hij na ‘Bittere Bloemen’ nog een betekenisvolle roman zou kunnen schrijven, hield hem uit zijn slaap. Een zorg zonder enige grond: ‘Het hout’ is een uitmuntende roman waarin hij een gruwelijke episode uit de katholieke geschiedenis verlevendigt. Het medicijn dat hij voorschrijft is een zinderende en zinnelijke liefde.

Bonaventura, een lekenbroeder in een Franciscanerklooster, scheurt zich in het begin van de jaren vijftig de ziel open aan de gore praktijken van zijn medebroeders. Op de geringste daden van verzet staan spijkerharde straffen. Een verkreukeld blaadje uit een stripalbum is in de ogen van Franciscus’ volgelingen een halsdaad. Het regime dat ze de leerlingen opleggen is spartaans in het kwadraat. Het neigt naar gevangenschap en hun enige vergrijp is dat ze jong en weerloos zijn: twee eigenschappen waarvan de weerzinwekkende broeders het schuim op de lippen krijgen. Gulzig glijden hun harige handen in de broekjes van hun willoze slachtoffers van wie de noodkreten uitsterven in de wurggreep van de almachtige.

De komst van broeder Mansuetus drijft de terreur naar een intriest hoogtepunt. ‘Er spande zich een membraan van angst over het leven binnen de muren.’ Brouwers maakt graag de vergelijking met Hitlers schrikbewind, ook vanuit een persoonlijke dimensie, en dat beklijft.

De wansmakelijke praktijken die hij op luisterrijke wijze serveert, zijn een aanslag op het fatsoen. Even bekruipt je de twijfel om verder te lezen. Verbijsterd door de gruwel bijt je desondanks door, op zoek naar een kruimel verlichting voor Bonaventura. En voor de scholieren Mark Freelink en Wil Van Lanschot, van wie de innige vriendschap garant staat voor - hoe kan het ook anders in deze roman - een ferm pak rammel.

In ‘Het hout’ is het vooral interessant hoe Bonaventura in die ellende is verzeild geraakt. Hij is een getuige tegen wil en dank. Aanvankelijk nog leraar Duits die op en af fietste op zijn gekoesterde Orbea Opal, zakte hij steeds dieper in het drijfzand van het klooster. Hoe langer, hoe meer werd er beknibbeld op zijn vrijheid, tot hij één van hen werd. De ontmanteling van zijn fiets (‘De ketting als een dood reptiel in het zand.’) was een mokerslag voor zijn al te slappe verzet.

Hij moet besluiten nemen, in het dorp wacht Patricia op hem. Al vrij vroeg in het verhaal prevelt de tot waanzin gedreven Bonaventura haar naam, maar Brouwers drijft de suspens op en ontrafelt pas laat de rol die ze speelt in het zelfinzicht dat koortsachtig woekert in Bonaventura’s hoofd. Zijn gewetensnood, de tochten in de sneeuw naar het dorp, de vervoering als Patricia zijn leven intuimelt: het zijn weergaloze passages die niemand onberoerd zullen laten.

Is ‘Het hout’ Brouwers’ grandioze afscheid van de letteren? 'Nee', schreeuwt een inwendige stem, somber en nostalgisch geluimd bij de gedachte van nooit meer een nieuwe Brouwers. We zouden niets liever hebben dan dat hij zijn pen nog vele jaren over het grillige oppervlak van zijn gekoesterde schrijfpapier laat glijden, diep in zijn ziel tastend naar woeste verhaallijnen en personages die hij tot het uiterste drijft.

En die broodzakken, we zetten een verzamelactie op touw en leveren ze in duizelingwekkende partijen af aan zijn bedreigde woonst in Zutendaal

Details Fictie
Auteur: Jeroen Brouwers
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
282