Jean-Marie Blas de Roblès, 'Point Nemo en het drijvende eiland'

Less would have been more

Liefhebbers van Franstalige literatuur weten het al langer: Jean-Marie Blas de Roblès is een schrijver die onze volste aandacht verdiend. Sinds het door ons bejubelde 'Waar de tijgers thuis zijn' verscheen, houden wij angstvallig zijn werk in de gaten, bang om ook maar iets te missen. Na het veel beknoptere 'Middernachtsberg' grijpt de in Algerije geboren schrijver in zijn nieuwe roman terug naar de ingrediënten die hem naar zijn grote doorbraak gestuwd hebben. Het resultaat is een bij momenten zeer vermakelijke roman geworden.

'Point Nemo en het drijvende eiland' begint alvast met een waanzinnig sterke openingsscène: Blas de Roblès toont zijn interesse voor geschiedenis en neemt ons mee naar de slag bij Gaugamela, waar Alexander een fenomenale doorbraak weet te forceren in de strijd tegen de Perzische troepen onder leiding van Darius. Toch is de nieuwe van Blas de Roblès beslist geen historische roman. Deze geniale scène doet enkel dienst als introductie van de zonderlinge Martial Canterel, die deze oorlogsscène met tinnen soldaatjes naspeelt op de moment dat hij bezoek ontvangt van Shylock Holmes, een van de nazaten van de beroemde detective.

Holmes en zijn hulpje Grimod komen Canterel om bijstand vragen in een mysterieuze zaak, waarbij op het eiland Skye drie mensenvoeten van het merk Anankè aangespoeld zijn en een prachtige diamant met dezelfde naam verdwenen is. Canterel stemt toe, omdat hij ooit nog een romance met het bestolen slachtoffer Clawdia Chauchat beleefd heeft. Tijdens het onderzoek ontmoeten onze helden een bonte stoet personages, waarvan de bevallige Yva, speurder Litterbag, prins Svetsjin, de aap Darwin en crimineel No de overstapper er maar enkele zijn. Uiteindelijk brengt een verre reis hen naar het einde van de wereld, waar het mysterie zich langzaam ontrafelt.

Een tweede verhaallijn is verbonden met de e-readerfabriek van meneer Wang, waar Arnaud overdag voorleest. Al snel wordt duidelijk dat het verhaal rond Canterel en Holmes ontsproten is aan het brein van deze rasverteller, die zijn verhalen voorbereidt op het ziekbed van zijn geliefde Dulcie. Ondertussen maken we ook kennis met de perverse trekjes van meneer Wang, die overal in de fabriek camera’s heeft opgehangen, om zijn favoriete werkneemsters continu te kunnen volgen. Dat is dan weer niet naar de zin van zijn adjudante en minnares Louise Le Galle, die jaloers is op Wangs favoriete.

Deze twee verhaallijnen worden zijdelings wel met elkaar verbonden, maar het verhaal over de e-readerfabriek had Blas de Roblès evengoed kunnen laten vallen. Het avonturenverhaal rond Holmes en Canterel, dat zoveel elementen uit het werk van Arthur Conan Doyle, Jules Verne en andere grote schrijvers verenigt, blijkt immers sterk genoeg om deze roman alleen draaiende te houden.

Het groot aantal personages dat in de tweede verhaallijn nog opgevoerd wordt, draagt er hoofdzakelijk toe bij dat de roman ingewikkelder wordt dan strikt genomen nodig was, en betekent als dusdanig geen grote meerwaarde. Blas de Roblès heeft ons in 'Point Nemo en het drijvende eiland' zeker niet ontgoocheld, maar doet er misschien toch goed aan om af en toe aan het principe less is more te denken.

Details Fictie
Originele titel:
L'île du Point Némo
Auteur: Jean-Marie Blas de Roblès
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
383