Jan Siebelink, 'De buurjongen'

In de schaduw

Een Siebelink openslaan is als het tuinpad oplopen van je ouderlijk huis. Van de bloeiende hortensia’s tot de buren over de heg, alles doet vertrouwd aan. In ‘De buurjongen’ keert de negenenzeventigjarige auteur opnieuw naar Velp op de Veluwe. We keren terug naar de bloemenkwekerij van Sieje Sievez die we nog kennen uit ‘Knielen op een bed violen’ (2005) en ‘Margje’ (2015).

Zoon Ruben Sievez is bevriend met buurjongen Henk Wielhesen. Henk is zwakbegaafd, spreken gaat moeizaam. Relaties met mensen verlopen stroef, maar hij heeft een haast encyclopedische kennis van het plantenrijk en een legendarisch herbarium. Op elfjarige leeftijd verliest hij zijn moeder. Door de nieuwe vrouw des huizes, Toos Radstake, wordt Henk mishandeld. Buurman Sieje Sievez neemt de jongen onder zijn hoede. Ruben Sievez en Henk smeden een levenslange broederband.

Net als bij de twee voorgaande romans, drukt de loodzware schaduw van het geloof op ‘De buurjongen’. Het is een strenge vorm van evangelisch protestantisme. ‘Nog lang gingen geruchten dat de Christus met een kleine schare in de grensstreek rondtrok, zieken genas, duivels uitdreef, doden opwekte. Geroemd was zijn gave van het menselijke woord. Wie hem hoorde, raakte betoverd.’ De openingscène lijkt dan ook recht uit de hemel te komen. ‘Allen hadden het gevoel dat iets stond te gebeuren, een onthulling zou plaatsvinden. Een gave van boven.’ Fans van hel, verdoemenis en goddelijke bliksemschichten zitten bij Siebelink garant. Al gaat het in de rest van deze roman eerder over een verinnerlijkt geloof en komt er geen dominee of boetepredikker meer aan te pas.

‘De buurjongen’ volgt in korte scenes het leven van Henk. Een leven dat vooral in het teken staat van de kwekerij, zijn pronkhaan en het verlangen naar het dragen van de jurken van zijn overleden moeder. Het is een controversieel personage. In zijn hoofd lopen feit, fictie en passages uit het evangelie door elkaar. Er is een onophoudende vrees om wat hij heeft te verliezen en tegelijk spreekt hij een soort van vloek uit over zijn dochter. ‘Ik wou dat Guusje ziek werd en hoge koorts kreeg, dat ze overdag beneden op de bank lag en ik haar kon verzorgen.’ Een al dan niet incestueus incident zorgt voor een breuk tussen Henk en zijn dochter...

Het is prachtig om te lezen hoe zijn vrouw Anna en broer Ruben steeds liefdevol achter Henk staan, maar je begrijpt hun beweegredenen niet altijd. Dat is misschien wel de zwakte van deze roman. Het is een patchwork van scènes waar de nieuwsgierige lezer zich doorwerkt om iets van Henk beter te begrijpen. Het blijft tasten in het donker. Het gebruik van een alwetende verteller helpt niet veel.

‘De buurjongen’ lijkt van alle humor gespeend. Maar de manier waarop Anna een zakcentje bijverdient met het inlijsten van zigeunerinnentafereeltjes voor een huis van lichte zeden vlak over de grens is best grappig. De scène waarin Henk gehuld in een jurk door de zolder valt heeft iets van slapstick, maar is wellicht zo niet bedoeld. In sommige scènes is de delicaat opgebouwde toon even zoek.

Jan Siebelink verheft voortborduren tot een te respecteren literaire discipline. Het derde deel van de Sieves saga bevat de prachtige bloemenmotieven, de goddelijke meteorlogie en enkele personages die we al kenden. Henk Wielhesen is een intigerende figuur die op de voorgrond treedt en tegelijk in mysterie gehuld blijft. ‘De buurjongen’ is een bijzondere, toch ietwat schamele knaap in de schaduw van het imposante ‘Knielen op een bed violen’.

Details Fictie
:
Uitgeverij: De Bezige Bij, Amsterdam
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
293