Jan Fontijn, 'Moederskinderen'

Hoe superieur zijn onze moeders?

Jan Fontijn (1936), neerlandicus, biograaf van Frederik van Eeden en levensgezel van Charlotte Mutsaers was zeventien jaar toen zijn moeder overleed. Het herlezen van Stendhals autobiografie ' Vie de Henri Brulard' zorgt bij de auteur meer dan een halve eeuw later voor een schok van herkenning. Of hoe een boek voor hem de directe aanleiding was om op zoek te gaan naar de moeder-zoonrelatie van zowel buitenlandse als Nederlandse schrijvers.

Hoe intens is de moederliefde van bekende schrijvers? Hoe dominant was hun moeder? Was ze een inspiratiebron? En wat met auteurs die haar nooit gekend hebben? Fontijn verhult allerminst dat het heengaan van zijn moeder hem destijds volledig uit balans bracht.

'Ik betrapte me erop dat ik zelf dood wilde zijn. Even overwoog ik hoe ik mezelf zou doden. Doodgaan wilde ik ook als jongen in de tijd dat ze stierf. Ik wilde bij haar zijn, solidair met haar zijn, haar niet alleen dood laten zijn.'

De verwarring en het verdriet zijn groot. Ze brengen hem bij Jean-Jacques Rousseau, wiens moeder aan kraamvrouwenkoorts stierf. Net als Rousseau is de schrijver op zoek naar een moederfiguur. Hij is helemaal in de war in een pleeggezin terechtgekomen. Bovendien mislukken al zijn relaties met meisjes, al was het maar omdat hij niet weet los te komen van het beeld van het vrouwelijk lichaam tijdens de ziekte van zijn moeder.

Moeders en schrijvers. Er wordt door Fontijn zonder belerend vingertje in de hoogte of al te moraliserende toon over geschreven: hoe hij zich herkent in 'De man in de mist', een verhaal van Maurice Gilliams of de wijze waarop tekstfragmenten van Lodewijk van Deyssel herinneringen aan zijn eigen moeder bij hem oproepen. 

Dan mag natuurlijk ook de veelzijdigheid van Frederik van Eden - hij deed er negen jaar over om zijn biografie te schrijven - niet ontbreken. Een belangrijke factor hierin was zijn emotionele met het ouderlijk huis, vooral met zijn moeder. 'Op haar kon hij terugvallen als het corpsleven hem te veel werd. Als hij genoeg had van de ruwe mannenmaatschappij van drank en seks, kon hij een beroep doen op de morele superioriteit van de wereld der vrouwen, met name die van zijn moeder.'

In schril contrast hiermee staat het gemis van moederliefde van de Franse succesauteur Michel Houellebecq die in het blad Lire behoorlijk cynisch over haar getuigt: 'Ik neem aan dat ze nog leeft. Ik weet het niet, ik heb haar maar weinig gezien, misschien tien keer. De laatste keer is het slecht afgelopen. Ze heeft zich tot de islam bekeerd. Ik ben allergisch voor de islam.'

Niet alleen bij schrijvers en dichters als Paul Léautaud, Rainer Maria Rilke, Gerard Reve, Herman Gorter, Marcel Proust of Charles Baudelaire, maar evenzeer bij filosofen als Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche wordt de relatie met hun moeder tegen het licht gehouden.

'Moederskinderen' is het zoveelste boek van Jan Fontijn, die in een opvallend heldere taal, een behoorlijk complex thema op een aantrekkelijke en interessante manier naar de lezer toe weet te vertalen. Een werk dat perfect aansluit op zijn eerder verschenen 'Opgebouwd uit hetzelfde: broers en zusters in de literatuur'.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Prometheus
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
170