Jan Eikelboom, 'Achter het front'

Doen, durven en bang zijn als oorlogsverslaggever

Al meer dan de helft van zijn leven is Jan Eikelboom verslaggever van oorlogen en revoluties in het Midden-Oosten. Een vak van formaat, dat is een ding dat zeker is. Het prikkelt de verbeelding van velen, verslag doen op de grens of soms als onderdeel van het conflict. Eikelboom beschrijft in 'Achter het front' die spectaculaire kant van zijn beroep, maar vooral ook de andere kant. De immer trage bureaucratie om visa aan te vragen en douanes door te komen, de angst en onzekerheid bij iedere nieuwe situatie – zijn de risico's aanvaardbaar of moet zelfs de journalist hier verre van blijven? – en de dagelijkse werkelijkheid van oorlogssituaties.

In de vorm van verfrissende observaties in prettige, duidelijke taal zegt Eikelboom precies waar het op staat. 'Terwijl in de ene wijk wordt gevochten, zitten in de andere de terrassen vol. Het gewone leven gaat altijd door, je ziet dat alleen zelden op de televisie.' En dat doet in geen enkel opzicht afbreuk aan zijn vak of verhalen daarover. Op twee plaatsen in het boek zijn er ook nog foto's te vinden die de boel mooi illustreren – wij zijn daar altijd fan van, zo hier ook.

We kenden Eikelboom vooral van zijn reportages voor Nieuwsuur, om hem nu eens uitgebreid zelf aan het woord te hebben is ontzettend leerzaam. Hij wisselt hoofdstukken over zijn ervaringen in landen als Syrië, Lybië en Iran af met stukken meer praktische informatie waardoor we meteen een beter begrip van het vak krijgen. Van start tot finish beschrijft hij wat er allemaal moet gebeuren voordat er ook maar een mogelijkheid is tot een reportage. Contacten met ambassades, honderden formulieren, aanbevelingsbrieven. En als het niet lukt om een officieel visum te krijgen, zijn er nog andere manieren. 'Soms doen we alsof we toeristen zijn en smokkelen we een kleine camera mee.' Waar vervolgens wel een nuchtere noot aan wordt toegevoegd: 'Zoiets durf ik alleen bij landen waarvan ik denk dat het risico beperkt is. Ik vind het niet erg om een land te worden uitgezet. Dat doet geen pijn. In martelingen en gevangenisstraffen heb ik geen trek.'

Hoewel er meerdere landen aan bod komen, lijkt het verhaal steeds terug te komen op Syrië. Actueel natuurlijk, maar dat niet alleen. Het land is zo verscheurd, het conflict woedt inmiddels al zo lang en de partijen staan zo ver uit elkaar, dat hier alle hindernissen van een oorlogsverslaggever terugkomen. Het meest veelomvattende voorbeeld dat je zou kunnen hebben.

'Achter het front' is een mooi verslag geworden van een gevaarlijk, noodzakelijk en altijd interessant beroep. Een verslag dat ons vooral aansprak door de open en eerlijke toon van de auteur, die zich nergens stoer voordoet en steeds opnieuw de realiteit omschrijft – of dat nu de explosies en de lijken zijn die hij heeft meegemaakt, de mensen die hij schreeuwend van verdriet tegenkomt, maar daardoor de audio onbruikbaar maken voor televisie, of de slappe benen van angst die hij ervaart op weg naar een nieuwe gevaarlijke situatie. Tussen de bedrijven door overpeinst Eikelboom zijn vak, en doet nog een oproep: 'Journalisten zouden vaker met een lege agenda op pad moeten gaan. (...) Vooraf bedachte verhalen zijn leuk. Maar de werkelijkheid die je ter plekke aantreft is bijna altijd verrassender, mooier, indringender en spannender dan alles wat je thuis hebt bedacht.' Daar stemmen wij graag mee in.

Details Non-fictie
Auteur: Jan Eikelboom
Uitgeverij: Uitgeverij Balans
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
254