Jamal Ouariachi, 'Een honger'

Laatste haard van verzet

Wie van literatuur verlangt dat ze onverschrokken is, hoeft niet langer te zoeken. ‘Een honger’ van Jamal Ouariachi is een roman als een naar de hemel gebalde vuist: stilistisch veelzijdig en volumineus, maar nooit langdradig en urgent door de vrijheidsstrijd op leven en dood.

Het ambitieuze verhaal spiegelt zich aan het leven van D. Carleton Gajdusek, een Amerikaanse arts die in 1976 de Nobelprijs voor de geneeskunde won. Zijn prestige kreeg in de nadagen van zijn leven een ferme deuk door zijn veroordeling voor seksueel misbruik. Bejubeld voor zijn daadkracht als ontwikkelingswerker in Ethiopië, maar verguisd nadat hij schuld bekende als pedoseksueel delinquent, deelt Alexander Laszlo, de protagonist uit ‘Een honger’, met Gajdusek een levenseinde in mineur.

Het is Ouariachi niet te doen om Laszlo’s provocatieve visie over pedofilie. Hoewel verleidelijk om er fel van leer tegen te trekken - Daniëlle Serdijn van de Volkskrant vergat er in haar venijnige recensie van los te komen -, neemt hij juist onze neiging om alles te labelen als eenzijdig goed of fout op de korrel. De giftige uitval van Serdijn illustreert de dictatuur van de angst waartegen we niet durven rebelleren. Als iedereen schreeuwt is het debat zoek.

Waar het in ‘Een honger’ om draait, is beeldvorming. Het individu heeft zijn recht om zelf te oordelen overgelaten aan de gemeenschap. Tien jaar na zijn veroordeling en volstrekt gemarginaliseerd, wil Laszlo zijn stilzwijgen doorbreken. Niet omdat hij op eerherstel uit is: ‘een geschonden reputatie is een champagnefles waar de kurk uit is: je krijgt ‘m er met geen mogelijkheid weer in’, maar louter in naam van het vrije woord.

Wat Laszlo voor ogen heeft, illustreert het genie van Ouariachi. Tot aan zijn arrestatie had Laszlo een honingzoete relatie met de dertig jaar jongere Aurélie, een psychologe die research doet voor de dagelijkse tv-show ‘Bord op schoot’. De slonzige Laszlo benadert haar met een waanzinnig voorstel: haar de pen van zijn biografie toevertrouwen.

Om twee redenen duurt het even vooraleer ze toehapt: uit walging om wat hij over pedofilie bazuint en uit verdriet voor hun abrupte relatiebreuk. ‘Ze had zich aan hem opgehangen als een jas aan een knoopje en toen het knoopje – zo, pats! zonder waarschuwing – werd weggerukt, viel ze op de grond en zakte ineen tot een vormeloze hoop textiel.’ Hoe pervers is het van Laszlo om van de vrouw die hem verafgoodde te verwachten dat zij zijn vrijheidsclaim zal boekstaven?

Vlak voor zijn dood vertrouwde Laszlo’s vader hem toe dat we allemaal ons eigen verhaal over goed en fout bedenken. ‘Als je dat niet doet, blijft alleen de willekeur nog over.’ In dat benige zinnetje weerklinkt de roep naar weerstand tegen het idee van de burger als een willoos en onvrij sujet. Denk voor jezelf, voorbij de schreeuwerige eendimensionale voorstellingen van de werkelijkheid.

Ouariachi staat niet alleen in zijn roep om meer rebellie. In zijn Kousbroek-lezing hield Tommy Wieringa een betoog voor meer individuele vrijheid waarvan hij oreerde dat die misschien alleen bedoeld is voor hen die haar kunnen veroveren.

‘Een honger’ etst het beeld van een roman als één van de laatste verzetshaarden tegen een door angst gedomineerde samenleving. Net geen zeshonderd bladzijden lang passeren de grote thema’s de revue, met een wonderlijke bijrol voor de liefde die in gloeiende letters van het papier spat, maar de hoofdrol is weggelegd voor de vrijheid. Aan de lezer om zich als veroveraar op te werpen.

Details Fictie
auteur: Jamal Ouariachi
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
588