Jacques Vriens, 'Niet thuis'

Pleidooi tegen bezuinigingen in de jeugdzorg

Sinds zijn debuut 'Die rotschool met die fijne klas' (1976) thematiseert Jacques Vriens in zijn boeken jeugdherinneringen en dagelijkse voorvallen op de scholen waar hij leerkracht en directeur was. Dat blijkt eveneens het geval in 'Niet thuis', dat zich grotendeels in een leefgroep voor jongere kinderen afspeelt. Als kind brachten Jacques en zijn broer enkele zomers in zo’n opvangtehuis door terwijl hun ouders het familiehotel runden. Pas later zou Vriens zich realiseren dat zijn ‘vakantieverblijf’ voor de andere kinderen een ‘thuis’ was.

Bij monde van de ontwapenende Hannah neemt Vriens uitgebreid de tijd om de reguliere bedrijvigheid in leefgroep ‘De Haven’ te schetsen, waar zeven kinderen van vijf tot zestien jaar verblijven. Als belevende ik-vertelster brengt Hannah op humoristische wijze verslag uit, zodat vrijwel onmiddellijk empathie ontstaat. Behalve de wat gratuite ruzietjes en de dagelijkse drukte leeft een sterk saamhorigheidsgevoel tussen de kinderen. Wanneer ‘De Haven’ omwille van bezuinigingen in de jeugdzorg dreigt te sluiten, bedenken de jongeren onder leiding van groepsoudste Jules een gewaagd plan. Net zoals in eerder werk kiest Vriens onvoorwaardelijk partij voor de kinderen, die hij lijnrecht tegenover de inhalige, onredelijk strenge of onverantwoordelijke volwassenen plaatst: 'Tamara’s vader was erg aardig. Ik vond hem er wel een beetje sloom uitzien in zijn nette pak. Sinds Reimers vertrouw ik dit soort keurige mannetjes niet meer zo.' Vriens bezigt een directe stijl, wars van overbodige (stilistische) franjes, en in die eenvoud ligt zijn grootste sterkte, zodat een eerlijk en waarachtige verhaal ontstaat. Voor de karakterisering werkt dat minder goed: gaandeweg schetst Vriens de achtergrond van het zevental en de vier begeleiders, maar heel diepgaand is het allemaal niet. Met uitzondering van Hannah worden de personages tot enkele karaktereigenschappen herleid, zoals de stoere Jules, autistische Bjorn en theatrale Rosalie.

Een sterke katalysator vormt de heldhaftige actie van de kinderen, maar Vriens werkt het geheel niet zorgvuldig uit; storend is de aaneenschakeling van toevalligheden, zodat je als lezer je ongeloof serieus dient op te schorten. Het kind symboliseert een ongebreidelde fantasie, waardoor het onverwachte oplossingen voor de heikele situatie kan bedenken. Replieken op kindermaat, dat wel, maar tegelijkertijd vormen ze ene krachtig signaal om gehoord te worden. Het resulteert vanzelfsprekend in een happy end, dat de auteur overigens geloofwaardig uitwerkt. Helaas haalt Vriens die zorgvuldig opgebouwde constructie ook weer onderuit, en wel op twee manieren. Enerzijds volgt een overbodige flash forward waaruit blijkt dat alle kinderen goed terechtkomen; anderzijds drukt de auteur in zijn nawoord nogmaals zijn bezorgheden over kwetsbare kinderen en jongeren uit. Het boek an sich vormt al een krachtig betoog; het expliciet verwoorde pleidooi tegen die bezuinigingen was beter achterwege gebleven.

'Niet thuis' doet wat denken aan de meest recente boeken van collega-auteurs als Anke de Vries en Jan Terlouw, eveneens klassieke verhalen, volgestouwd met goedbedoelde boodschappen die de gebeurtenissen en karakterisering deels overstemmen. Ook zij schreven in het verleden gewaardeerde, meermaals bekroonde jeugdboeken, maar vinden in hun nieuwe werk nauwelijks nog aansluiting bij hedendaagse ontwikkelingen in de kinder- en jeugdliteratuur. Gezien hun grote verdiensten voor het genre kan je die evolutie alleen maar betreuren.

 Vanaf 9 jaar

Details Fictie
Auteur: Jacques Vriens
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
127