Ischa Meijer, 'Ik heb niets tegen antisemieten, ik leef ervan'

Een man met vele maskers

De vele teksten die freelancejournalist Ronit Palache (1984) heeft samengesteld voor 'Ik heb iets tegen antisemieten, ik lééf ervan' zijn van wisselende kwaliteit. Met iemand als Ischa Meijer is dat niet verwonderlijk, hoewel heel wat hoogtepunten voor een zeker evenwicht zorgen. Waar Meijer ook kwam, wat hij ook deed, altijd eiste hij de volle aandacht voor zich op. Het was ongetwijfeld zijn manier om zich staande te houden in een wereld die hij bepaald niet als vrolijk ervoer. Het profiel van branieschopper paste bij hem als een perfect op maat gesneden maatpak waarin hij zich bij uitzonderlijke gelegenheden hees.

Een begenadigd schrijver was hij niet. Behalve 'Brief aan mijn moeder' heeft hij nauwelijks iets nagelaten dat de tijd heeft doorstaan. Dat blijkt evenzeer uit 'De Dikke Man en andere columns' - zijn alter ego - een in het boek overbodige selectie columns die hij ooit schreef voor NRC Handelsblad en Het Parool. Hoe schril steken ze af tegen de uitzonderlijk hoge literaire kwaliteit van Simon Carmiggelts 'Kronkels'. Toch lukt het hem af en toe zichzelf te overtreffen en het pantser van zelfbescherming van zich af te gooien, zoals in een brief gericht aan de Nederlandse uitgever Geert van Oorschot. 'Natuurlijk, iedereen is eenzaam, maar ik ben zo slecht toegerust om die allenigheid te torsen. Dit gevoel van gevangen te zijn kan ik ternauwernood aan. ¨[...]Ik had me het leven anders voorgesteld, maar ook zo héél anders.'

Wie hij is en hoe hij in het leven staat blijkt uit zijn 'Keefmanlezing' waarin hij uitvoerig ingaat op zijn jeugd, de rol van de Tweede Oorlog en hoe de psychoanalyse hem heeft gevormd. 'In 1970 ben ik - zevenentwintig jaar oud - in psychoanalyse gegaan. Ik was inmiddels verslaggever bij een gerenommeerd en progressief weekblad. [...] Tien jaar later - toen ik de redactie verliet - waren alle redacteuren in psychotherapie, en ik niet meer.'

Deze en andere lezingen tonen aan hoe het jodendom en de mensen uit zijn omgeving hem hebben getekend. Bovendien illustreren ze wat een uitzonderlijk observator hij was en in wat voor hem te gekke wereld hij was beland. Als sluitstuk zijn er de indertijd opmerkelijke interviews van Meijer wiens interviewtechniek grotendeels op grootspraak en intimidatie was gebaseerd. Waarom ze niet in een aparte publicatie uitgegeven en van commentaar voorzien? Vooral zijn gesprekken met Judith Herzberg, Marga Minco, Renate Rubinstein en Abel J. Herzberg zijn informatief en lezenswaardig gebleven.

Wie 'Ik heb iets tegen antisemieten, ik lééf ervan' uit heeft krijgt een genuanceerd beeld van wie die al te luidruchtige en opdringerige Ischa Meijer uiteindelijk was. Een man met een grote kwetsbaarheid die zich achter heel wat maskers verborg, voortdurend vocht tegen zelfvernietiging en koortsachtig op zoek was naar de ware liefde.

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
539