Ingmar Heytze, 'De man die ophield te bestaan'

Poëzie zonder opsmuk

Het is helaas nog altijd onmogelijk je letterlijk te verplaatsen in een ander. Echt te weten wat die ander voelt, denkt en hoe hij of zij gebeurtenissen interpreteert. Of het nu je geliefde, je ouder of de caissière van de plaatselijke supermarkt is. Daar is nog steeds geen technologische oplossing of superpil voor uitgevonden. Hoe het is om als man een zwangerschap mee te maken, is ook iets wat moeilijk in woorden te vatten is. Ingmar Heytze doet een verwoede poging in ‘De man die ophield te bestaan’ en slaagt daar wonderwel in.

De titel zegt het eigenlijk al: als man besta je niet. Het gaat om je vrouw en het kindje dat in haar buik groeit. Dit wordt bijna pijnlijk duidelijk in ‘Verloskunde’: ‘De vroedvrouw praat met mijn vriendin / ik heb straf vandaag, zit op een stoel / niet te bestaan.’ Vervolgens dicht Heytze: ‘De tafel lijkt een ei. Het kind in mij / krast grove dingen in het smetteloze blad.’ Prachtig, hoe hij zichzelf met lichte zelfspot weet neer te zetten als een kind dat genegeerd wordt en eigenlijk wil schreeuwen om aandacht. Ook in ‘Tweede echo’ komt dit gevoel naar voren: ‘Ik kom in het verhaal niet voor. Ik ben een hand / in een hand, een passant die kijkt en zwijgt, / zo overbodig als een god na afloop van de zesde dag.’

In de wachtkamer van het ziekenhuis voelt Heytze zich duidelijk ook niet op zijn plaats, maar weet daarover wel de volgende schitterende metafoor te maken: ‘Ik denk aan de handen die ik heb gedrukt. / Sommigen liggen als schildpadschildjes op elkaar / onder de grond.’ Een ander gedicht dat ogenblikkelijk allerlei beelden oproept, is ‘Briefjes’. Hierin neemt hij deels afscheid en laat overal briefjes achter voor zijn lief, die een bepaalde volgorde behoeven waarvan Heytze angst heeft dat ze niet opgevolgd wordt. Een volgende prachtig fluisterjuweeltje is ‘Omarmend’: ‘Slaap. We vinden steeds nieuwe / manieren om in elkaar te blijven. / Droom. We hoeven nergens heen / al vaart de kamer door de nacht. / Droom. Als ons Pompei komt / zijn wij een blij tweeruggenbeest. / We dragen dan geen namen meer. / Slaap. We waren niet alleen.’

Ondanks de twijfelende en soms bozige toon, waaruit ook een onuitgesproken angst blijkt om een slechte vader te zijn, is ‘De man die ophield te bestaan’ een bundel met voornamelijk lieflijke gedichten. Hij uit de twijfels die bij het krijgen van een kind horen en schrijft deze ongegeneerd neer. Als dochter Elin eenmaal ter wereld is gekomen, schrijft hij vol verwondering over ‘het wonder dat je slaapt’ en verliest hij zichzelf in het kijken naar en bestuderen van zijn dochter. Heytze heeft een onopgesmukte manier van dichten, die ervoor zorgt dat ook minder geoefende poëzielezers gemakkelijk toegang vinden tot deze bundel. Niet dat het simplistisch of eenvoudig is, er staan genoeg zinnen in die je doen nadenken, maar het is een verademing tussen de vele dichters die menen met moeilijke metaforen te moeten smijten. Dus zo lang die superpil-om-de-ander-te-begrijpen niet bestaat, is Heytze een perfect surrogaat. 

Details Poëzie
Auteur: Ingmar Heytze
Uitgeverij: Podium
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
51