Inger Hagerup, 'Zo raar'

Absurde kinderpoëzie uit Noorwegen

Nadat Bette Westera met de kinderpoëzie van de Noorse Inger Hagerup (1905-1985) kennismaakte, wilde ze de frivole, wat absurde versjes graag naar het Nederlands vertalen. In ‘Zo raar’ werden drie eerder verschenen bundels opgenomen.

De gedichten maken meteen duidelijk dat Hagerups grootste kracht in rijm en klankspel ligt: een overvloed aan alliteraties en assonanties bepaalt het speelse elan, terwijl personificaties de verbeeldingskracht prikkelen. De titel indachtig primeert dit doorgedreven spel met klanken sowieso op de inhoud. Hagerup dicht over theedrinkende kangoeroes, een eigenwijs mevrouwtje en blauwe krokodillen met zonnebrillen. Titelgedicht ‘Zo raar’ behoort terecht tot het Noorse literaire erfgoed en wordt vandaag de dag nog steeds in kleuterscholen aangeleerd. De dichteres verkent er de identiteit van een vleermuis en een spin, en heeft daarbij oog voor zowel bewonderenswaardige als bevreemdende eigenschappen. ‘In de wrakken van de schepen’ speelt zich in een geheimzinnige onderwaterwereld af, waar krabben en vissen de (poets)dienst uitmaken. Maar Hagerup gaat ook de gevoelige toer op; in ‘Een oude bakker’ maakt ze eenzaamheid echt invoelbaar. ‘Op zijn tenen sluipt de avond’ leent zich dan weer ideaal als gedicht voor het slapengaan, deels vanwege het ritueel dat erin besloten ligt.

Het zijn helaas niet allemaal meesterwerken in deze verzamelbundel. Hagerups experimenteert naar hartenlust met rijm en klanken, maar verliest de inhoud daarbij weleens uit het oog, zoals in de inspiratieloze opsomming van bezittingen in ‘Vrouw Fransen’ of het blijven doorbomen over de te kleine overschoenen van ‘Heer Kakkerlak’. Hagerup probeert meermaals de ware identiteit van dieren zoals varken en krab te verbeelden. Stilistisch levert het weleens een fraaie vondst op, bijvoorbeeld wanneer de egel als ‘ruige ragebollebaas, dat wandelende speldenkussen’ getypeerd wordt, maar laat verder geen blijvende indruk na.

De laatste reeks gedichten overtuigt het minst; verder dan veelal ongeïnspireerde vertelseltjes over een blij hondje, een mier of een tot olifant getransformeerde mug komt Hagerup hier niet. Storend in de hele bundel is de doorzichtige, geforceerde aanpassing aan een Hollandse context, zodat gedichten zich plots in ‘Alphen aan den Rijn’ en ‘Zandvoort aan de Zee’ afspelen. Omwille van het rijm, ja, maar vooral ook om de herkenbaarheid bij Nederlandse kinderen te verhogen.

Zijn Hagerups gedichten onevenwichtig van kwaliteit, dan bereikt illustrator Paul René Gauguin, kleinzoon van de beroemde impressionistische schilder, een uitgebalanceerd en evenwichtiger geheel. Met zijn surreële beelden vol felle kleuren en scherpe contrasten legt hij eigen accenten. Zijn robuuste figuren worden door een opvallend sterke expressie gekenmerkt. Knap ook hoe Gauguin met paradoxen speelt: zijn overladen prent bij ‘Een oude bakker’ knoopt naadloos bij de eenzaamheid van de ambachtsman uit het gedicht aan.

Naar aanleiding van deze compilatie wordt Inger Hagerup weleens vergeleken met Annie M.G. Schmidt. Zeker, beide auteurs durfden buiten de lijntjes te kleuren in een tijd waarin jeugdpoëzie vooral braaf en moraliserend was. En ook Schmidt schrijft ritmische, vaak absurde gedichten met humoristische inslag. Maar terwijl haar poëzie zowel stilistisch als inhoudelijk overtuigt, drijven meerdere gedichten van Hagerup enkel op humor en taalspel. Dat levert weleens sterke poëzie op, ideaal om voor te lezen ook. Maar een hele bundel is echt te veel van het goede.

 

Voorlezen vanaf 4+

Details Poëzie
Auteur: Inger Hagerup
Illustrator: Paul René Gauguin
Uitgeverij: Gottmer
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
95