Ilja Leonard Pfeiffer, 'Grand Hotel Europa'

Groots meesterwerk van grootse meester

‘Don’t judge a book by its cover’ zegt men, maar in het geval van Ilja Leonard Pfeiffers’ ‘Grand Hotel Europa’ is dit juist wel een goed idee. Op basis van de prachtige omslag krijg het boek al een perfecte score. De jongen Abdul kijkt verlegen en enigszins treurig naar de grond, gekleed in een rood piccolo-kostuum dat doet denken aan tijden van weleer.

Laat dat laatste nu net een van de belangrijkste theses zijn van het boek: de hang naar en de invloed van het verleden. Het is een punt dat Pfeiffer terecht en met verve maakt: van alle continenten is het alleen Europa dat gebukt gaat onder een ziekelijk gevoel van nostalgie. De Chinese nieuwe eigenaar van ‘Grand Hotel Europa‘ vindt alles wat Europees en oud is vooral schattig en selfiewwaardig, maar hij zet het enkel in als een commercieel product.

Want dat kan hij, wolken van zinnen maken waar niemand de betekenis van weet.  Een vol strijkorkest onder de koepel van het Pantheon? Niet dat je daar een orkest iin zou krijgen met die toeristen die daar dag in dag uit de boel plattrappen met hun zweetgympen, aldus de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeiffer, de verteller van ‘Grand Hotel Europa’. Pfeiffer schrijft ronkend, kwiek, pretentieus, pedant en regelmatig ook zeer grappig. Zo herinnert hij zich de relatie met zijn ex als ‘een soort balspel […] dat draaide om het gegeven dat [Deborah Drimble] haar initialen met verve droeg’. Ondanks ze deel is van het verleden, is zij reden tot een dagenlange ruzie met de liefde van zijn huidig leven, kunsthistorica en markiezin Clio. Toch blijft Pfeiffer krampachtig van haar houden, en vlucht naar het desolate hotel om hun verhaal neer te schrijven.

Zo leren we dat hij zijn overhemden bij haar bontjasjes laat kleuren en regelmatig het slachtoffer is van haar vileine buien. Kleding (en met name de ongetwijfeld dure merknamen waar Pfeiffer kwistig mee rondstrooit) lijkt nogal belangrijk te zijn voor het koppel. Dit is direct een van de meer storende aspecten van het boek: de ellenlange beschrijvingen van wat er wordt gedragen en door wie het is gemaakt, voegt op generlei wijze iets toe. Allicht is het de bedoeling dat het een teken is van de oppervlakkigheid van hun relatie, maar de eveneens ellenlange kunsthistorische lessen die de lezer ongevraagd krijgt voorgeschoteld, lijken juist van het tegendeel te willen bewijzen. Zo een roman encyclopedisch kan zijn, dan is ’Grand Hotel Europa‘ het voorbeeld bij uitstek. Helaas mist de legenda achterin.

‘Grand Hotel Europa’ is als een veelzijdige diamant: het herbergt schitterende en kleurrijke personages die elk een eigen boek verdienen, is een onverholen aanval op massatoerisme en –consumptie, een boeiende geschiedenisles, een detective en een banaal liefdesverhaal. De leeservaring laveert continu tussen uitzinnige vreugde om het beste boek van het jaar en momenten om met de blik ter hemel geheven als een ware Italiaan te gebaren van ergernis om die bijdehante oom die het allemaal zoveel beter weet. Diamanten zijn tenslotte niet voor iedereen.

Details Fictie
Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
547