Henk van Straten, Ik ben de regen

Zo is er maar één - hopelijk

Nu de lente weer in het land is, lonkt het litaire landschap hoopvol naar de pennenvruchten die uit koude schrijverskamers komen rollen. Met Henk van Stratens ‘Ik ben de regen’ kondigt zich echter toch nog even een herfstprik aan.

In zijn debuutroman laat Van Straten het miezerige hoofdpersonage Chris Hoop, schrijver en privédetective, opdraven tegen een achtergrond van verwrongen familierelaties, drugs en échte maten. Waar deze cocktail kan leiden tot een doorwrocht werkstuk met fijne nuances, kiest Van Straten met naïeve bravoure voor het pad van de pathetiek.

De lijm die alles moet samenhouden, wordt gesmolten uit een flinterdun detectiveverhaal dat op z’n hoogtepunt matig interessant is. Voorspelbare plotwendingen die de lezer toelaten het boek te consumeren door slechts enkele woorden per tien pagina’s te lezen, worden met het nodige shockeffect geïntroduceerd. Jammer genoeg is dit effect al na twee zinnen weer uitgewerkt.

Van Straten is een meester in het toepassen van de geijkte elementen die deel uitmaken van 'een goed verhaal'. De protagonist, Chris Hoop, vindt een dynamische tegenspeler in zijn bovenbuur Dave Mulisch, die in tegenstelling tot hem wel een succesvolle schrijverscarrière heeft uitgebouwd. Wat volgt in de relaties tussen deze twee en de andere personages is echter een hoop emotioneel geneuzel gegoten in taal die stilistisch kant noch wal raakt.

In een poging tot entertainment vuilbekken de karakters erop los, op zoek naar het meest originele scheldwoord annex bijnaam. Het 'seks en tetten'-gehalte ligt hoog, maar na een initiële scheve mondhoek die nog geïnterpreteerd kan worden als een lach, zorgt de eindeloze herhaling van slang al vlug voor een geeuw.

Het flagrante gebrek aan stijl kan nog enigszins worden vergeven, omdat die is gekoppeld aan de eerste persoon waarin het boek werd geschreven. De doorgedreven sérieux waarmee de emotionele passages worden uitgemolken, inclusief typografische spielereien, neemt echter alle welwillendheid weg.

Niet alleen mikt Van Straten te hoog door een genre te tackelen dat door zijn conventies al behoorlijk wat meesterschap vergt om origineel te zijn, deze debuutroman schiet ook duidelijk tekort inzake maturiteit en nuancering. Het herkauwen van wat anderen al zoveel keren beter hebben gedaan, om het vervolgens uit te spuwen om te zien of het plakt, leidt niet noodzakelijk tot iets wat gepubliceerd moet worden.

Dat dat toch is gebeurd, ligt hoogstwaarschijnlijk aan de inherente marktwaarde van het verhaal en de schrijfstijl. Van Stratens ‘Ik ben de regen’ is strandlectuur, waar gebronsde glibberige lijven maar wat graag zullen door bladeren tussen twee zonsessies door. Laat de zomer maar komen.

Details Fictie
Auteur: Henk van Straten
Copyright afbeeldingen: Lebowski
Uitgever: Lebowski
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
302