Sunshine O'Donnell, Huil voor mij

Bijtende tranen

Nu er toch geen Vlamingen genomineerd zijn voor de Gouden Uil, vermoeden we dat we ongestraft ontrouw kunnen zijn. We verlaten het vlakke Vlaamse land en laten ons verleiden tot een tripje naar het Amerikaanse literaire landschap. Het land van Sunshine O'Donnell is - in tegenstelling tot wat haar naam doet vermoeden - niet al te zonnig. De dood, tranen en gespleten liefde tussen moeder en dochter staan centraal in ‘Huil voor mij'.

In onze contreien is deze traditie al lang verloren, maar ooit was rouwklagen een beroep. Vooraanstaande families huurden tijdens begrafenissen professionele rouwklaagsters in. Tegen betaling stortten deze mysterieuze dames hun tranen voor de overledene en hulden ze de ceremonie in diepe ontroering. O'Donnell weeft fictie doorheen realiteit en belicht zo de zaak van twee kanten. Het verhaal van Mem en haar moeder wordt afgewisseld met historische documenten over rouwklagen, door de autoriteiten beschouwd als verdorven prostitutie van onechte emoties. O'Donnell schetst tegelijk het verhaal van een clandestiene, mythische traditie, overgeleverd van moeder op dochter, die teruggaat tot de Grieken en Romeinen.

Mem is nog geen tien als ze samen met haar moeder haar eerste begrafenis doet. Er hangt veel van af. Als Mem niet weent, verlaat haar moeder haar. De koffers staan al aan de deur. Mem kan niet zonder haar moeder. Ze houdt zielsveel van haar maar soms begint haar moeder haar zonder reden uit te schelden: ‘Luie hoer. Ik heb er spijt van dat ik je ooit gebaard heb.' Daaraan denkt Mem als ze ‘de taal van het water' moet spreken. Ze is niks waard, ze brengt haar moeder tot schande, zij zonder haar moeder. De verlatingsangst en onzekerheid zitten zo diep dat Mem telkens opnieuw in elkaar stort: ‘Haar tranen zijn gemaakt van azijn en gekookt water. Ze zijn veel te heet. Ze branden.' Omstanders bewonderen haar, net als haar moeder is ze een Meesterrouwklaagster.

Rouwklagen is niet alleen Mems beroep, het is haar hele leven. Dood en verval kronkelen doorheen alles. Niks lijkt echt, alles is voorbijgaand. Het zout van haar tranen vreet aan haar binnenste. Mem is bang dat haar hele wereld uit elkaar valt, maar tegelijk wil ze ontsnappen uit die wereld vol verdriet en nachtmerries. Een wereld zonder haar moeder, zonder het enige waar ze van houdt. Maar ze kan haar moeder nooit verlaten. Haar moeder is zowel de oorzaak van alle pijn als haar enige balsem. Dat weet haar moeder ook. Omdat ze haar dochter tot dit bestaan gedwongen heeft, besluit ze haar er nu ook uit te redden. Hoe pijnlijk de gevolgen ook mogen zijn.

Naast schrijfster en essayist is O'Donnell ook dichteres en dat merk je. Haar taal kolkt en streelt, vol metaforen, vol beeldspraak, adjectieven die rond substantieven wervelen. Haar taal is poëzie, haar zinnen geslepen diamantjes. Poëtische proza dus. Maar poëzie mist actie. Soms gaan de beschrijvingen langs zoveel omwegen dat je als lezer de weg en je aandacht kwijt raakt. Het laatste deel gaat te traag en het emotioneel gewoel van Mem wordt te complex.

O'Donnell put uit een origineel en heel intrigerend thema. Rouwklagen: verwerpelijk volgens de enen, kunst volgens de anderen. Daarbij hanteert de schrijfster ook nog eens een zeer geraffineerde taal. Maar iemands sterkte is vaak ook zijn zwakte. Net die taal doet O'Donnell soms de das om. Een verhaal moet altijd blijven boeien en daar slaagt de poëtische ondertoon af en toe niet in. Volgende keer dus een iets betere balans tussen verhaal en taal. Maar is de kritiek dat een verhaal te poëtisch is op een bepaalde manier niet ook een compliment?

Details Fictie
Originele titel:
Bijtende tranen
Auteur: Sunshine O'Donnell
Uitgever: Mouria
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
267