Hugo Claus, 'Het verdriet van België'

Oorlog op meesterlijke wijze

‘Het moet een boek worden over het leven in Vlaanderen zoals ik dat gekend heb, maar zoals het nu niet meer bestaat.' Zo zag Claus zijn nog te schrijven meesterwerk, een kleine tien jaar voor publicatie van ‘Het verdriet van België' in ‘83. Ondertussen geldt de Vlaamse bestseller al vijfentwintig jaar lang als dé onbetwiste klassieker van de vaderlandse literatuurgeschiedenis. En dat is volledig terecht.

‘Het verdriet van België' vertelt het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, gezien door de ogen van de elfjarige Louis Seynaeve. Opgesloten in een nonneninternaat vol strenge zusters creëert de fantasierijke puber zijn eigen wereldje waarin hij zelf de scepter zwaait en zijn apostelen hem onvoorwaardelijk gehoorzamen. Aan het thuisfront bevalt moeder Constance ondertussen van een tweede zoon en raakt vader Staf steeds meer in de ban van de Duitsers. Zo leren we in deel één ('Het verdriet') stukje bij beetje, in gestructureerde hoofdstukken, de hele familie Seynaeve en de inwoners van het fictieve dorpje Walle kennen.

En dan komt de oorlog en zijn er geen hoofdstukken meer nodig. Terwijl de dreigende niet-katholieke buitenwereld al langzaam maar zeker binnensijpelde in de dikke muren van het Gesticht, is het in het tweede deel ('Van België') pas écht goed raak. Wat volgt zijn zo'n 450 bladzijden oorlog aan één stuk door. Op meesterlijke wijze vertaalt Claus die oorlog in volkse geruchten en daden van de kleine man in de straat. Geen encyclopedische informatie over Hitler en Mussolini, geen uitvoerige strategische akten, landkaarten of historische data. Niet de officiële geschiedenis van in de boekjes, die met monumenten en medailles en plechtigheden en herdenkingen wordt gevierd. ‘Het verdriet van België' vertelt over het verdriet van de Belgen, in het universele nep-Vlaamse dialect en op maat van de verwarde gewone burger, die niet eens meer weet welke ideologische wind te volgen.

Zo krijgen we vanuit een wirwar aan invalshoeken en vertelstijlen een uiterst genuanceerd beeld over de oorlog, de perceptie en haar gevolgen. Net zoals in Louis Paul Boons heerlijke ‘Mijn kleine oorlog', met dezelfde precisie, uitstekend observatievermogen en meesterlijke pen geeft Claus gestalte aan de gruwel, de verwarring en het morele slagveld dat de oorlog was. Maar hij gaat veel verder: niet alleen is ‘Het verdriet van België' een pak lijviger dan Boons verzamelde oorlogscursiefjes, er is in de bildungsroman ook duidelijk hard gewerkt aan de psychologische ontwikkelingen van alle uiteenlopende telgen van de familie Seynaeve.

Zo goochelt Claus voortdurend met allerlei taalregisters en vertelperspectieven, maar allemaal sluiten ze als perfecte puzzelstukjes aan elkaar. Reken daar nog de in België universele thema's als oorlog en vrede, de bekrompen Vlaamse geest en nonneninternaten, en het probleem Vlaanderen versus België bij en je begrijpt waarom ‘Het verdriet van België' ook nu nog tot de absolute top van de moderne internationale literatuur mag worden gerekend.

En toch: enkele jaren geleden nog werd ‘Het verdriet van België' door de luisteraars van Radio 1 uitgeroepen tot meest ongelezen boek. De dikte, 716 pagina's, schrikt misschien af en het verdwijnen van de hoofdstukken in het tweede deel is ook niet meteen een commercieel manoeuvre. Maar dat maakt het wel tot een van de zeldzame boeken waaruit je zomaar een willekeurige passage van drie pagina's kan oppikken en meteen verkocht bent. Belg of Vlaming, maakt niet uit, de oorlog is voor iedereen hetzelfde. Gewoon kopen die handel. En lezen ook. 

Details Fictie
Originele titel:
verdriet van België
Auteur: Hugo Claus
Uitgever: De Bezige Bij
Aantal pagina's:
716