Hugo Brandt Corstius, 'Het beste van Hugo Brandt Corstius volgens Hugo Brandt Corstius'

Meesterlijk geslepen taaljuweeltjes

Geen groter dwarsligger in de Lage Landen dan publicist Hugo Brandt Corstius (1935-2014). Rebelleren, pesten of doordrammen, hij kon het als de beste. 'Het beste van Hugo Brandt Corstius', met een inleiding van Liesbeth Koenen, bevat een honderdtal van zijn beste stukken.

Hugo Brandt Corstius was meer een sluipschutter dan een gevreesd columnist. Onder steeds weer nieuwe taalpseudoniemen - Piet Grijs, Battus, Maaike Helder of Raoul Chapkis - legde hij wie hij in het vizier kreeg genadeloos neer. Zijn vileine in een consistente stijl geschreven stukken, er altijd van overtuigd onweerlegbare feiten aan te dragen, verschenen zowel in kranten als weekbladen. Hij was een ijzersterke tegenstander, die zich handig van een stevige dosis humor bediende om iemand onderuit te halen. Tegendraads in nagenoeg alles wat hij schreef waakte hij er angstvallig over met welk pseudoniem hij zijn stukken ondertekende.

Piet Grijs was zijn alter ego en leunde dicht bij hem aan. Een man die vrij jong zijn eerste vrouw verloor en eerder al een blauwtje had opgelopen bij Renate Rubinstein over wie hij anno 2000 in Vrij Nederland schreef: 'Ze was ouder dan ik. Er waren vast nog andere dingen aan haar te ontdekken, maar ik was geheel platgeslagen toen ik zag dat zij een broek aan had. Geen trainingsbroek, geen rijbroek, geen skibroek, maar een mannenbroek met een gulp met knopen en met een ceintuur.'

Afgezien van dit fait divers kruist Corstius maar al te graag de degens met Willem Frederik Hermans. Twee taalvirtuozen die onder het mom van nooit ongelijk te hebben elkaar in fel gekruide columns bestreden. In de Volkskrant van maart 1993 belooft hij met Hermans niet langer meer over beuzelarijen te bekvechten, om te besluiten: 'Hij is meer wat Tina Turner voor mij is. Die zie ik graag rondhupsen, maar tegelijk bid ik dat ze er nu eens een punt achter zet en op haar lauweren gaat rusten.'

En wat hij met het Nederlands, in een zoveelste creatieve bui, allemaal doet mondt vaak uit in juweeltjes. In 'Pit en schil', een column over voorkeuren en gewoontes bij vruchten, etaleert hij met bravoure zijn vakmanschap.

'De kers is de enige kleinvrucht die je met twee tegelijk eet, omdat hij ook in oorbelformatie aan de boom hangt. De tong doet zijn kersenpit-gymnastiek, waarschijnlijk denkend dat het om twee losse tanden gaat.'

Wat Corstius in 'Het beste van Hugo Brandt Corstius' bewijst, is dat hij vlijmscherp formuleert en tegelijk alle varianten van het Nederlands handig bespeelt. Iets wat vriend en vijand hem nog altijd benijden.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
260