Ilja Leonard Pfeijffer, Het grote baggerboek

Stront aan de knikker

“Het grote baggerboek” dient zich aan als een therapeutisch schrijfsel met een psychiatrisch commentaar er bovenop. Er is iets loos met een matroos van een baggerschip. Hij gaat in “Kamelistan” aan wal op zoek naar een hoerenkast, maar loopt er een kleine jongen tegen het lijf. Het jongetje verkeert in doodsangsten en verbindt zijn lot aan dat van de baggeraar. Hij volgt de matroos overal, tot op het baggerschip. Daar loopt het volledig uit de hand. Het verhaal dat zich daarna ontspint is voer voor de psychiater. Hij wil de baggeraar en zijn mentale afwijkingen doorgronden en dwingt hem het avontuur op te schrijven.

Beiden bezondigen zich aan vuilspuiterij. De baggeraar schrijft in de meest vuige bewoordingen zijn gedachten neer. Hij spreekt de taal van een onvolwassen Pietje Bell op speed. Met een verschrikkelijke rotvaart vuilbekt hij er op los. De zielenknijper probeert zijn patiënt de smerigste aberraties en de meest perverse fixaties te ontfutselen om ze in een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift te kunnen publiceren. Of wil hij vooral het geile wijfje van de baggeraar berijden?

Net als in zijn roman “Rupert” voert Ilja Leonard Pfeijffer een machofiguur op die tegen wil en dank verstrikt raakt in een gruwelijke intrige. Opnieuw is het hoofdpersonage behoorlijk seksueel verknipt. Ellenlange passages in een pezige, maar verschrikkelijk Hollandse taal smijt Pfeijffer de lezer voor de voeten. Nederland kan zich laven aan haar eigen Brusselmans. Met het diploma van een classicus, nota bene.

Met zijn vorige boek zorgde Pfeijffer voor controverse: hij zou in “Rupert” plagiaat hebben gepleegd. Ook nu is er discussie. “Het grote baggerboek” is tegelijk genomineerd voor “De Gouden Uil” en de “De Gouden Doerian”. Dat laatste concours, voor het slechtste boek van het afgelopen jaar, kan Pfeijffer niet meer winnen. Door interne verdeeldheid in de jury volgt er geen einduitslag. Maar in die shortlist hoort de roman eerder thuis dan in die van de Gouden Uil. Want zoals het hoofdpersonage terecht opmerkt: “Deze jongen ken wel haarfijn uit de doekjes winden waar het in wezen om draait bij het baggerwezen, maar wie leest dat nou?”

Details Fictie
Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2004