Herman Koch & Wanda Reisel, 'Of heb ik het verzonnen?'

Een zeldzame vriendschap in literaire brieven

Hoewel literaire briefwisseling in de Nederlandse literatuur tot een marginaal genre is verworden, hielden Herman Koch en Wanda Reisel er jarenlang een frequente correspondentie op na. Nagenoeg een halve eeuw houdt hun vriendschap - zonder opvallende hoogte- en laagtepunten -  al stand. In 'Of heb ik het verzonnen?' spreken Koch (1953) en Reisel (1955) dan ook openhartig over hun jeugd, liefdes, muziek, film en alledaagse dingen. Kortom, een brievenboek van twee schrijvers die het uitstekend met elkaar kunnen vinden en hun leven en besognes probleemloos voor de lezer etaleren.

Het interessante aan zo'n brievenboek is dat je verneemt waar beide auteurs vandaan komen, hoe ze in de jaren tachtig debuteerden en hoe succesvol ze zijn geworden. Herman Koch met bestsellers als 'Het diner' en 'Geachte heer M.', Wanda Reisel met 'Witte liefde' en 'Liefde tussen 5 en 7'. Tegelijk wordt ook een tijdsbeeld van de jaren zeventig opgehangen en hun kennismaking in Zeeuws-Vlaanderen. 'Lieve Herman, ik zie het zo: we staan op het dek van de pont Vlissingen-Breskens die beroemd was vanwege zijn gevulde koeken en vette kroketten. Het was kerst 1970, ik ben vijftien en jij zeventien.' 

Opvallend is dat beiden uit een gegoed milieu komen. De vader van Reisel was internist, die van Koch was werkzaam bij uitgeverij De Arbeiderspers. Toch heeft Koch lak aan status of wat dan ook. 'Vroeger hadden beroepen als huis- en tandarts enige status, maar dat is voorgoed voorbij. Misschien nog in een klein dorp (Westwoud), maar niet in Amsterdam.' Geen onderwerp blijft onbesproken, zelfs hun muzikale helden worden netjes opgelijst. Reisel houdt van Chet Baker, Miles Davis  Frank Zappa en Jacques Brel, terwijl Koch een rabiate fan is van The Beatles, The Rolling Stones en The Outsiders. 

Bepaald leuk wordt het als enkele schrijvers opduiken, zoals bijvoorbeeld A.L. Snijders die ooit, na een ontmoeting, tegen Koch zei: 'Elke keer als mijn vrouw en ik in onze rammelende Volkswagen-bus door een Jaguar worden ingehaald zeggen we tegen elkaar: 'Kijk, daar gaat Herman Koch.'' Om vervolgens een meer ernstige toon aan te slaan in gezelschap van Ischa Meijer en het vertellen van moppen over joden. 'Maar harde grappen over joden door niet-joden was destijds taboe, en is het nu volgens mij nog steeds. En ik moet er meteen bij zeggen dat ik dat taboe ook volkomen begrijp.' 

Herman Koch en Wanda Reisel hebben in  'Of heb ik het verzonnen?' duidelijk open kaart gespeeld. Hun talloze brieven getuigen van een grote openheid, dusdanig zelfs dat ze het mechanisme van hun schrijven blootleggen. Kan het nog eerlijker?

Details Non-fictie
Uitgeverij: Das Mag Uitgevers
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
320