Herman Brusselmans, 'Hij schreef te weinig boeken'

Een loft met een open deur

Uitgerekend op zijn zestigste verjaardag pakt Herman Brusselmans uit met zijn vijfenzeventigste roman: 'Hij schreef te weinig boeken'. Het gevolg van een gelukkige samenloop van omstandigheden? Of, naar het volume van deze roman te oordelen, het bewijs dat hij nog lang niet is uitgeschreven. 

Een zaak staat alvast als een paal boven water: de timing is zonder meer perfect. Net voor de officiële release van deze kanjer - exact 832 bladzijden wervelend proza - werd de jarige auteur met alle mogelijke egards op Eén ontvangen door Lieven Van Gils. Alias Kuifje in medialand was die avond kennelijk in een overmoedige bui. Hij waagde het zelfs het Hollands zingende fenomeen Anouk op hem los te laten, evenwel niet alvorens uitvoerig uit Brusselmans' column over haar te citeren: meer bepaald dat de Hollandse del weigert de pil te pakken omdat haar kop er nog dikker van zou worden. Hiermee scoor ik alvast bij de kijkers, zo glunderde Van Gils, waarna Brusselmans de hete adem van Anouk in zijn nek mocht voelen.

Meer stelde Brusselmans & Van Gils helaas niet voor. Er werd met geen woord gerept over inhoud, stijl of het dan niet autobiografische karakter van 'Hij schreef te weinig boeken'. Is het dan toch zo dat de schrijver nu eenmaal belangrijker is geworden dan het boek?

Hoe dan ook, de nieuwe Brusselmans laat zich als een dagboek lezen, met het verschil dat van enige vorm van saaiheid, laat staan verveling, nergens sprake is. Dit is proza dat als een niet te stuiten lavastroom op de lezer afkomt. In tegenstelling tot vorige romans zet Brusselmans de deur van zijn loft wagenwijd open. Hij verhult werkelijk niets en dipt, om eventuele eentonigheid te vermijden, een en ander in een humoristische saus waarvan hij alleen het geheime recept bezit. Dit alles handig aangelengd met tal van autobiografische fragmenten.

'M'n ouders Gust en Lea kregen drie kinderen: Joseph, ik en Mia. Ze hadden met z'n allen een leven vol ups en downs en zowel Lea en Gust gingen veel te vroeg van ons heen. Ik mis hen iedere dag. Men zegt dat verdriet slijt en dat is onzin. Verdriet is voor eeuwig.'

Nooit eerder was Brusselmans tegelijk zo openhartig en ontwapenend eerlijk. Neem nu hoe hij een journalist van Het Nieuwsblad in de maling neemt. De man verneemt in de laatste aflevering van 'De slimste mens' dat de schrijver van plan is met zijn nieuw lief naar Amsterdam te verhuizen: een geintje dat de journalist voor waarheid aanneemt, met alle gevolgen van dien. 

Dan zijn er uiteraard de vrouwen die de revue passeren. Geliefden, die hij ongeveer halverwege het boek, niet langer achter een schuilnaam opvoert. Ze heten voortaan Tania en Melissa: mensen van vlees en bloed, zoals Gerda zijn eerste echtgenote, die vooralsnog niet helemaal uit zijn leven is verdwenen. 

Werkelijk alles laat hij op de lezer los. Hoe hij zijn dagen op zijn loft doorbrengt, wat hij eet, zijn wandelingen door Gent, hoezeer hij het reizen haat enzovoort.

Om nog te zwijgen over de complexe relatie met Lena, zijn nieuwe geliefde, zonder wie dit boek er wellicht nooit was gekomen. Hij doet, ondanks de eeuwige twijfel, al het mogelijke om het naar haar zin te maken. 'Lena is m'n meisje, Lena is fantastisch, ik wil gerust altijd bij Lena blijven, maar het blijft een niet zo simpele, gemakkelijke relatie, waarin elementen zitten die me meer dan eens van mijn stuk brengen.'

Er bestaat geen twijfel over: Herman Brusselmans heeft zichzelf met 'Hij schreef te weinig boeken' overtroffen. Dit is zijn magnum opus.