Haruki Murakami, 'De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren'

Een nieuwe Murakami wordt geheid met bombarie aangekondigd. En inderdaad: de buzz rond de 'De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren' is luid. Zeker omdat de Nobelprijs-lijstjes opduikende auteur ook nog eens 65 wordt en zijn twintigste roman af heeft.

Maar wie hoopt op een even groots opgezet epos als '1Q84', blijft op zijn honger zitten. Dit keer weinig kronkels in de realiteit en geen parallelle universa. Wel een boek waar droeve nostalgie de sfeer bepaalt, als een op de achtergrond dreunende bas.

Het titelpersonage leidt – zoals wel vaker bij Murakami – een leven dat onaf lijkt. Tsukuru Tazaki is ontwerper van treinstations, leunt dichter tegen de veertig dan tegen de dertig aan, gaat soms zwemmen, drinkt al eens en whisky en heeft af en toe een liefje. Een nogal eenzaam bestaan in grootstad Tokio, zonder al te grote hoogtes of laagtes.

Of toch, door één diep dal is Tsukuru gegaan: zijn vier jeugdvrienden hebben hem verstoten, schijnbaar zonder aanleiding. Nochtans deden ze alles samen en pasten hun karakters net zo goed bij elkaar als hun bijnamen: de Rode, de Blauwe, Witje, Zwartje en Tsukuru – de kleurloze.

Na een bizar telefoontje waarin de Blauwe Tsukuru steenkoud liet vallen, trok hij zich terug en droomde hij van de dood. Maar hij wist zich uit die treurnis te worstelen en leefde verder, zonder ooit uit te zoeken waarom hij uit de groep was gegooid. En zonder ooit nog zo'n hechte relaties aan te gaan.

Tot hij Sala ontmoet, een levendige dame die iets in hem wakker maakt dat al jaren lag te slapen. Maar Sala wil enkel verder gaan met Tsukuru, als hij gaat graven in zijn verleden.

Wat dan volgt is een relaas vol sprongen in de tijd, waaruit langzaam de ware toedracht van Tsukuru's verstoting oprijst. Murakami zou Murakami niet zijn als er geen eigenaardige dromen worden gedroomd, koortsige fantasieën die net zo goed werkelijkheid kunnen zijn. Ook lugubere verhalen passeren de revue. Maar in dit boek geen wilde associatieve plotwendingen zoals in '1Q84' of 'De Opwindvogelkronieken'. Zo'n epische literaire trip zag Murakami zichzelf niet meteen nog eens schrijven, en wie kan het hem kwalijk nemen.

Murakami schrijft ingetogener en concentreert zich vooral op, liefde en lust, vriendschap en eenzaamheid. En op de nostalgie, het terugblikken met de ogen van een ondertussen ander mens. Net daarom doet 'De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren' regelmatig aan 'Norwegian Wood' denken.

Maar Tsukuru en de zijnen komen minder tot leven dan de onvergetelijke personages uit 'Norwegian Wood'. Tsukuru wentelt zich zo vaak in zijn eigen banaliteit, in zijn rotsvaste overtuiging niets bijzonders te zijn, dat hij bijwijlen waarlijk kleurloos is. Sala, zijn voorwerp van verlangen, lijkt bedacht om de plot voort te stuwen. Zij spoort Tsukuru zo gedecideerd aan om zijn verleden op te helderen, dat haar eigen wensen en verlangens onbegrijpelijk zijn. Murakami beschrijft wel tot in de details welke bars ze frequenteert, welke dure kleren ze draagt en aan welke cocktails ze sipt, maar een mens is meer dan zijn consumptiepatroon.

Toch is dit een meeslepende roman. Op het einde reist Tsukuru naar Finland, en ontmoet hij zijn oude vriendin Zwartje. De plooien zijn gladgestreken, en ze praten en praten, met de eerlijkheid en de mildheid van oude vrienden. In een paar van de mooiste passages, mijmeren ze aan een Fins meer over gedeelde pijn en het onvermijdelijke verstrijken van de tijd. Ze moeten later nog eens afspreken, besluiten ze. Maar ze weten dat dat niet gaat gebeuren, en dat het zo goed is.

Foto: Gasper Tringale