Haruki Murakami, 1q84 (Boek Twee)

Believe the hype!

Ook bij ons lijkt '1q84' de literaire hype van het jaar te worden. De eerste twee boeken van de trilogie lagen tot 26 juni onder embargo, maar buiten Cutting Edge – dutskes die we zijn - verschenen in zowat alle media de besprekingen eerder. Nadat we ‘Boek Een’ uit hadden, begrepen we niet waar al die lovende heisa voor nodig was. ‘Boek twee’ veegt onze scepsis echter met één haal van tafel.

Je kan de boeken van de '1q84'-cyclus niet los van elkaar lezen. In het eerste deel neemt Murakami rustig de tijd om de grote lijnen uit te zetten. Slechts heel langzaam laat hij de puzzelstukjes op hun plaats vallen. De verhaallijnen over Aomame en Tengo sluipen langzaam naar elkaar toe.

Aan het begin van ‘Boek twee’ krijgt Aomame de opdracht om een man te vermoorden die al verschillende jonge meisjes verkracht heeft. De confrontatie loopt echter heel anders dan verwacht. Voor de lezer is het duidelijk dat het hier om de leider van de sekte gaat waaruit Fukaeri ontsnapt is. In heel '1q84' komt het thema van sektes en religieuze fanatici terug. Murakami is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. In 2001 schreef hij met ‘Underground’ al een non-fictie boek over de Sarin-gasaanval op de metro van Tokio door de sekte Aum Shinrikyo van Shoko Asahara. We kunnen alleen maar hopen dat dit boeiende werk snel in Nederlandse vertaling verschijnt.

'1q84' heeft echter niks met non-fictie te maken. Uit de uitleg van de sekteleider blijkt dat het boek dat Tengo redigeerde, griezelig autobiografisch is. De man heeft het over de Little people, kleine ventjes, die uit de bek van dode geiten kruipen. Net als Big Brother in ‘1984’ gaat het hier om iconische wezens met een haast goddelijke macht. Het verschil is wel dat George Orwell met zijn legendarische klassiekers een visionaire maatschappijkritiek formuleerde, terwijl Murakami bij momenten akelig dicht naar esoterisch gewauwel neigt.

Gelukkig houden de personages Tengo en Aomame de boel meer dan recht. Het zijn beiden eenzame zielen op zoek naar liefde. Door een speling van het lot zijn ze allebei in de parallelle wereld 1q84 verzeild geraakt. Dat weten ze omdat er hier ’s nachts twee manen aan de hemel staan. Murakami spiegelt zich aan de oude jazzklassieker ‘Paper moon’ – youtube het, kinderen! De uitvoering van Ella Fitzgerald is onze favoriet. Het motto van '1q84' is trouwens de mooie laatste strofe van dit lied: It's a Barnum and Bailey world / Just as phony as it can be / But it wouldn't be make-believe / If you believed in me.

Murakami speelt heel de roman door met de vraag wat nu reëel is en wat vals. Zo suggereert hij zelfs dat Aomame een personage is in een boek van Tengo. Wat er ook van zij, Aomame en Tengo hebben alleen de zekerheid dat het gebrek aan liefde dat ze voelen echt pijn doet. De remedie hiertegen hopen ze bij elkaar te vinden. Het beeld van de liefde dat beide helden hebben, lijkt wel iets van escapisme te hebben. Gelukkig wordt dit nooit sentimenteel. Hier weet Murakami een perfecte poëtische balans te houden.

‘Boek Twee’ eindigt waar ‘Boek Een’ begon: op de noodtrap aan de snelweg boven Tokio. Aomame staat er op het punt iets doms te doen. Murakami sluit dit prachtige deel af met een ijzingwekkende klifhanger. ‘Boek drie’ verschijnt in het voorjaar van 2011. Wij kijken er alvast reikhalzend naar uit.

Details Fictie
Auteur: Haruki Murakami
Vertaler: Jacques Westerhoven
Copyright afbeeldingen: Atlas
Uitgever: Atlas
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
384