Hans Achterhuis, 'J.M. Coetzee – een filosofische leeservaring'

Het literaire universum van Coetzee is bij uitstek geschikt om filosofische thema’s te verkennen, misschien zelfs wel meer dan hij zélf zou willen toegeven. Zo betoogt de Nederlandse filosoof en Coetzeeliefhebber Hans Achterhuis.

Er bestaat al veel langer een specifieke connectie tussen Achterhuis en Coetzee. Zo schreef de Nederlander een bijdrage voor de viering van de toen net zeventig geworden auteur (in 'Persoon en personage'). Dat deden ook bijvoorbeeld Arnon Grunberg en andere uitgesproken fans van de Nobelprijswinnende grootmeester. Om maar aan te geven: Coetzee blijft populair.

Reden genoeg om een wat andere blik op zijn werk te lichten. Er is immers genoeg materiaal om een apart boekwerk te wijden aan de manier waarop Coetzee, onder meer via talloze verwijzingen, verschillende filosofische ideeën en denkstromingen in zijn romans en essays verwerkt. Zijn meest populaire en best verkochte roman ‘In Ongenade’ koppelt Achterhuis bijvoorbeeld aan de #MeToo-beweging. Lijkt op zich erg vanzelfsprekend. Maar elders blijkt dat niet altijd zo het geval.

Het ligt al best wat complexer daar waar het onder meer gaat over de omgang met het koloniale verleden. Een thema dat bijzonder van belang is voor Coetzee, die zelf meermaals aangegeven heeft een nogal ambivalente relatie te hebben ten aanzien van dit specifieke thema, al zeker als het gaat over zijn thuisland Zuid-Afrika. Zo plaatst Achterhuis de visie van Coetzee naast die van Nadine Gordimer en Antjie Krog.

De premisse van Achterhuis is onder meer dat de kennis en de intellectuele bagage van de schrijver véél verder reikt dan misschien uit de lezing van zijn boeken te halen valt. Coetzee verwijst terloops bijvoorbeeld naar denkers als Foucault (macht en disciplinering), naar Derrida (deconstructie), naar filosofe Hannah Arendt of naar schrijvers als Kafka, Tsjechov en talloze anderen. Maar dat gebeurt vooral tussen de lijnen van zijn verhalen. Achterhuis zoekt al die verschillende sporen op en tracht die met elkaar te verbinden, zodat een bijzonder web aan ideeën en visies ontstaat. Als filosoof onderzoekt hij hoe Coetzee er telkens op hoogst bijzondere wijze erin slaagt om dat systeem aan verwijzingen opmerkelijk consistent te houden.

Achterhuis blijkt een erg erudiete gids die van wanten weet. Hij ontbloot thema’s, beschouwt die nader en neemt de lezer mee in een filosofisch geïnspireerde verkenning van het Coetzee universum. De Nederlandse filosoof illustreert erg goed hoe de tegenwoordig in Australië verblijvende auteur in zijn werk ruime aandacht heeft voor de innerlijke wereld en beleving van zijn personages. Hoe het komt dat sleutelpersonages als Elisabeth Costello hun opwachting maken, bijvoorbeeld. Dat maakt ook dat je via dit werk ontzettend veel over Coetzees persoon als denker te weten kan komen. Al is de meest aangewezen manier daartoe vooral de (her)lezing van zijn boeken.

Deze bundel kan vanuit dat perspectief beschouwd worden als een aanzet tot herontdekking van het stevige, maar ook complexe oeuvre, maar ontbloot vooral interessante en innovatieve inzichten in hoe de talloze romans van Coetzee herlezen en geherinterpreteerd kunnen worden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de koppeling tussen 'Dierenleven' en de inzichten van etnoloog Frans De Waal of de manier waarop hij in zijn recente Jezus-romans verschillende thema’s (migratie, arbeid, seks) kundig met elkaar verweeft. Aanbevelenswaardig voor elke Coetzee liefhebber, maar zeker ook toegankelijk voor eenieder die geprikkeld is door filosofie en literatuur.

Details Non-fictie
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
298