Andy Fierens, Grote smerige vlinder

Ronkende andy's

De debuutbundel 'Grote smerige vlinder' van Andy Fierens (1976) doet zijn naam eer aan. Dit is geen tere poëzie die lieflijk fladdert van de ene prachtige bloem naar de andere; dit zijn gedichten die rochelen, stinken en je met allerhande lichaamssappen om de oren slaan. Het beest is woord geworden.

Poëzieminnend Vlaanderen wist al langer dat Fierens een begenadigd performer is. Hij beklimt geregeld het podium met de act Andy & the Androids, of zoals ze het op mySpace noemen: literaire trash. Ook in Boest, de dichtersshow die in het najaar Vlaanderen rondging, was Fierens te bewonderen. Dat podiumpoëzie ook op papier kan blijven klinken, toont Fierens in deze bundel, waarvoor hij onlangs de Herman De Coninck Debuutprijs in ontvangst mocht nemen.

Het is niet gemakkelijk de bundel van Fierens te duiden in een paar woorden. Terugkerende thema's zijn er niet per se in overvloed, of ze zijn minder belangrijk dan de ronkende manier waarop ze zijn opgeschreven. Zo kampt de ik-figuur vaak met onzekerheid of frustraties over de eigen prestaties of plek in de wereld. Tegelijk heeft de ik-figuur een heel sterk besef van zichzelf, een grote waardering tot op het megalomane af. De dichter is niet te beroerd om zijn eigen naam te gebruiken in zijn poëzie. Al in het openingsgedicht 'no panic on the titanic, andy to the rescue' wordt Andy weggezet als held met flink wat hoeken af. Lijdend aan slapeloosheid maalt de Andy uit het gedicht over allerlei soorten Andy's:

'door mondriaan geïnspireerde andy's / gewetenloze andy's / die door hans en grietje gestrooide kruimels eten / andy's op de schoot van weduwen / in huizen waar penisverlangen / van de muren druipt / andy's die na de zoveelste afknapper / niet meer spreken van een vrouw / maar van texas chainsaw mascara'

De toon die in dit gedicht wordt gezet, houdt de dichter vast door de gehele bundel. Hij maakt gevatte woordspelingen zoals in deze laatste versregel, en rijgt opsommingen moeiteloos aan elkaar. Sommige gedichten worden er wat sloganesk van, wankelen onder het gewicht van zoveel sterke uitdrukkingen achter elkaar zonder al te veel voegwerk. Tegelijk is dat sloganeske misschien wel het sterkste punt van Fierens. Je moet het hem nageven: hoe kom je op dingen als 'de dag dat je tot god bad / verliet hij de wereld / door het gat in de ozonlaag'.

Fierens pakt bovendien op een verfrissende manier onderwerpen aan waar veel andere dichters zich verre van houden. Het meest opmerkelijke daarvan is wel dat van foie gras, onder de titel 'gedicht voor vogelvrienden'. Lijken de titel en ook de eerste verzen nog een erotische, dichterlijk vrije beschrijving van het vrouwelijk geslachtsdeel, het gedicht draait uit op een ongecompliceerde verheerlijking van het eten van ganzenlever, afgezet tegen 'het dilemma van wie het waggelende dons een warm hart toedraagt'. Het politiek incorrecte water loopt je in de mond, de lach krult zich om diens hoeken als Fierens allerlei soorten ganzen beschrijft.

Ook in de liefde houdt de dichter zich niet aan de fatsoensgrenzen, en hij knipoogt nog eens naar dierenbeschermers: 'ik wou dat jij een zeehond was // dan kon ik op je knuppelen'. Zo hard als de ik-figuur is voor zichzelf, zo is hij ook voor de vrouwen in zijn poëtische omgeving. Eén van de motto's van de bundel is het wrange 'If it ain't a fist it isn't love'. De bundel doet daar zeker recht aan: hij is niet voor watjes.

De bundel is vrij constant van kwaliteit, maar is niet vrij van de obligate schoonheidsfoutjes. Zoals eerder genoemd kraken sommige gedichten onder een te losse aaneenschakeling van toffe zinnen. Voorts vallen de gedichten 'roman' en 'doodgesmurft' nogal uit de toon, kort als ze zijn. Waarom paste Fierens deze verzen of ideeën niet in een groter geheel in? Het gedicht 'cafébaas leest voor uit eigen werk', dat welbeschouwd bestaat uit een prijslijst, is ook wat gratuit; Fierens toont elders dat hij veel meer kan dan dat.

Het zijn dingen die we erbij nemen. Mogelijk spreekt zijn poëzie hen die hem nog nooit zagen performen minder aan; dat kunnen wij niet meer beoordelen. Dan is de remedie echter snel bepaald: ga hem zien! En lees hem! Wij zijn geboeid.

Details Poëzie
Auteur: Andy Fierens
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
62