Gerrit Komrij, 'De lange oren van Midas'

Een ellendig leven op een Grieks eiland

Ze blijven maar komen, de postume boeken van Gerrit Komrij. Na 'Twee punt nul' en  'Brieven uit Alvites' is er sinds kort 'De lange oren van Midas', het derde boek op rij van de in 2012 overleden auteur.  Van juni 1965 tot juni 1966 verbleef  Komrij -  dichter, romancier en polemist - op het Griekse eiland Kreta. Een periode die hij pas later een plaats in zijn leven heeft gegeven. De reden hiervan lag voor de hand: vrijwel alles liep toen mis in zijn leven. Het mag een klein wonder heten dat de schrijfsels uit die tijd bewaard zijn gebleven. Ze werpen nu, zoveel jaren later, een helder licht op zijn ontluikend schrijverschap. 

Het verblijf van Komrij op Kreta in de jaren zestig was namelijk allesbehalve een succes. 

Wellicht omdat hij, net voor zijn vertrek, halsoverkop verliefd is geworden op de beeldmooie Charles Hofman, de man met wie hij later zijn leven zou delen. Om die reden is zijn relatie met Ellen Jonker meer een bron van ellende dan vreugde. Toch deelt hij met haar het bed. Meteen volgt echter de teleurstelling: 'Ellen mocht dan net een jongetje zijn, maar zodra ze haar broek uitdeed, was het klip-en-klaar dat dat op een misverstand berustte.' De rest van het verhaal laat zich makkelijk raden: Ellen is niet langer meer gediend van zijn herenavonturen. Ze laat zich in Kreta inpalmen door een zekere Janits en stuurt Komrij wandelen. Zijn toekomst ziet er somber uit. Een gelukkig toeval zorgt ervoor dat uitgerekend op dat moment Eli Sheen, een vroegere vriend, op Kreta arriveert. Een kerel die van aanpakken weet en hem bij Theo Sontrop, zijn latere uitgever bij De Arbeiderspers, introduceert. Hij mag er op zijn aanraden vertaalwerk verrichten. Maar ook dat wordt een fiasco. Zijn proefvertaling van een hoofdstuk uit een Duits boek wordt afgewezen. Het zit hem met andere woorden allemaal tegen.

Waarom dan niet zijn dagelijkse aantekeningen op het Griekse eiland in 'De lange oren van Midas' proberen te verwerken? Dit is immers niet bepaald een 'echte' roman geworden. Wel veeleer een verhaal dat overloopt van troosteloosheid en amper op een stevige structuur drijft. Het eindigt uiteindelijk allemaal bij zijn geliefde Charles, die hij na zijn mislukt Kreta-avontuur mee mag nemen in zijn eerste huis in Amsterdam. Het geluk lacht de schrijver voortaan toe: 'Hij is mijn jongen met groene ogen, mijn kleine priester. Hij is een elegie.'

Behalve deze proeve tot roman bevat dit werk verder dagboeknotities, brieven en enkele schriftjes. Voor wie min of meer vertrouwd is met het omvangrijk oeuvre van de auteur is dit postuum verschenen boek een interessant document. We maken hier kennis met een nog aarzelende schrijver die koortsachtig op zoek is naar de juiste formulering. Of hoe Gerit Komrij zonder de minste gêne zijn literaire keuken, waarin hij nog volop experimenteert, op een kier zet.

 

Details Fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
240