George van Hal, 'Robots, aliens en popcorn. Wetenschap op het witte doek'

Vermakelijke introductie op de wetenschap in Hollywood-films

De cape van Batman, de helingsfactor van Wolverine of de aandrijfkracht van de Starship Enterprise – geweldige, tot de verbeelding sprekende uitvindingen. Maar complete fictie. Of toch niet? Wetenschapsjournalist George van Hal laat zien dat het lang niet altijd (meer) fictie is, of hard op weg is om realiteit te worden en dat films en wetenschap elkaar zelfs beïnvloeden. Zoals hij zelf schrijft: ‘Tussen de werelden van onderzoek en film bestaat een levendige kruisbestuiving, waarmee ze elkaar naar grote hoogtes stuwen.’ Aan de hand van voorbeelden uit films behandelt hij de laatste wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, en doet dat met een overduidelijk enthousiasme – voor wetenschap én voor film.

In negen hoofstukken en twee bijlagen worden we meegesleurd langs robots, superheldengadgets, buitenaards leven, tijdreisparadoxen en parallelle universums. Een enorm leuke reis, maar na de eerste hoofdstukken verslapte onze aandacht wel wat. We geven toe dat dat deels komt door onze lekenstatus, maar ook doordat de latere hoofdstukken droger zijn geschreven. Dat ieder hoofdstuk van start gaat met een filmsamenvatting van één of twee pagina’s – een film die het aanknooppunt is voor het thema van het hoofdstuk – is leuk bedacht, want je hebt meteen de juiste context te pakken en kunt je er een goede voorstelling bij maken, zeker als je de film kent. De uitvoering laat alleen wel wat te wensen over. De beschrijvingen zijn te lang en lezen meer als opsommingen of boekbesprekingen op de middelbare school. (De filmfragmenten zelf hadden trouwens uitstekend gewerkt, helemaal bij een ebook-versie.)

Van Hal eindigt met een stel bijlagen, met de omschrijving ‘Bonus Features'. Toepasselijk natuurlijk, maar net als de dvd-versie wel een tikje verouderd: wie kijkt er tegenwoordig nog naar? Bovenal hadden we bijlage A, ‘De wetenschappelijk adviseurs van Hollywood’, graag verweven gezien in de tekst. Waar het boek je grotendeels de academische theorieën achter de fictie biedt, voelt dit minder op de wetenschap gerichte stuk als persoonlijk bezoekjes aan de filmsets. Dit soort uitstapjes als onderdeel van de lopende tekst hadden het boek hier en daar wat meer lucht kunnen geven. We hebben er zowel leuke anekdotes gevonden als interessante feitjes. Steven Spielberg wilde bijvoorbeeld zijn dinosauriërs niet kleuriger maken, zoals wetenschapper James Horner adviseerde, omdat ‘felgekleurde dinosauriërs veel minder eng zijn’. En wetenschappelijk adviseurs blijken veel meer invloed te hebben op televisieseries dan op films, omdat in de tv-wereld schrijvers aan het roer staan.

Bijlage B, ‘De wetenschappelijke filmcanon’, is grotendeels een overzicht van alle in de tekst genoemde films met een korte omschrijving, beoordeling en de wetenschappelijke feitjes waar je op kunt letten. Prima materiaal voor een bijlage (volgens ons net als de filmsamenvattingen aan het begin van de hoofdstukken wel leuker als video’s). Jammer is wel dat het overgrote deel een herhaling is van wat we al hebben gelezen, of dooddoeners zijn als: ‘E.T. laat zien dat niet alle aliens slecht zijn en oorlog zoeken. Soms zijn ze ook bang en alleen, en willen ze alleen maar terug naar huis.’

‘Robots, aliens en popcorn’ is een vermakelijke introductie in de wetenschap die je in Hollywood-films tegenkomt, waar je zeker wat van opsteekt. Hier en daar had de redactie wel wat strakker gemogen – en de tekst korter – maar wij vinden dit een uitstekend debuut. Nog een tip: denk volgende keer echt aan wat multimediakanalen!  

Details Non-fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
317