Gabe Habash, 'Stephen Florida'

Dwarsligger zonder doel

Een roman gepromoot als ‘Fight Club’ meets ‘The Catcher in the Rye’, dat klinkt wel erg veelbelovend. Reken daar een intrigerende cover bij met een kunstwerk van  George Boorujy en onze interesse was meteen gewekt. Hoge verwachtingen, iemand?

In ‘Stephen Florida’ draait het allemaal om het gelijknamige hoofdpersonage. Dat is een jonge twintiger zonder ouders die zijn tijd op het Oregsburg College spendeert aan het halen van matige punten op de meest uiteenlopende vakken, maar vooral aan worstelen. Met dat laatste is hij zo obsessief bezig – hij wil kampioen worden binnen zijn gewichtsklasse in de scholencompetitie – dat hij nauwelijks oog heeft voor iets anders. Hij heeft welgeteld één vriend en er is een meisje waar hij verliefd op wordt – of iets dat je zo zou kunnen noemen. Zijn bezetenheid neemt echter almaar zwaardere proporties aan, waardoor Stephen verder en verder afdrijft van de realiteit.

Met deze roman maakt Gabe Habash zijn debuut als auteur en daarvoor haalt hij meteen zwaar geschut boven. Het hoofdpersonage is namelijk geen doorsnee collegestudent die zijn dagen al studerend en feestend doorbrengt. Stephen Florida is zozeer gefocust op het worstelen en het behalen van die titel – verliezen is hoegenaamd geen optie – dat je er ongemakkelijk van wordt. Als een robot houdt hij zichzelf onder controle. Andere mensen raken niet voorbij de muur die hij uit zelfbescherming rond zichzelf heeft gebouwd en ook als lezer stoot je daarop, zelfs al wordt het hele verhaal verteld alsof je diep in zijn hoofd zit. Dat gaf ons de indruk dat Habash, net als zijn hoofdpersonage, heel goed weet waar hij mee bezig is, maar zorgde er ook voor dat we weinig voeling hadden met Stephen. Al kan dat ook liggen aan het feit dat hij het grootste deel van de tijd een ongelooflijke klootzak is en wij onszelf vooralsnog niet in die categorie zouden plaatsen. De momenten waarop hij zich kwetsbaar en gevoelig opstelt, zijn erg zeldzaam. Wanneer hij zich op een van de eerste pagina’s afvraagt of hij als personage van een boek sympathiek zou zijn en het goed zou doen als good guy, blijken dat dan ook in zekere zin profetische woorden.

Behalve inhoudelijk weet Habash ook vormelijk de obsessies van zijn hoofdpersonage duidelijk weer te geven. Zo mag de lezer meegenieten van een mentale lachbui die regels lang doorgaat, of de een twee drie vier (enzovoort – we besparen je het werkelijke aantal) push-ups die hij doet. Of wat dacht je van een lijstje van alle negenennegentig worstelaars waar hij ooit van verloor? Enerzijds dragen zulke passages alleen maar bij aan de geloofwaardigheid van Stephens maniakale persoonlijkheid en getuigen ze van Habash’ lef om het de lezer niet te aangenaam te maken, anderzijds versterken ze de aversie die het hoofdpersonage daarzonder ook al oproept. Wij werden daardoor vooral uit het verhaal gehaald. De auteur balanceert met zulke dingen dan ook op het randje van durf en pose en – wij geven het toe – dat ontlokte ons na enkele van dergelijke fragmenten toch een eyeroll.

Alhoewel wij een grote fan zijn van onbetrouwbare vertellers en Habash hoog heeft ingezet met deze debuutroman, werden wij niet warm van ‘Stephen Florida’.  Terwijl ‘The Catcher in the Rye’ ons nog een bad boy gaf om stiekem verliefd op te worden als puber, geraak je in deze roman nauwelijks voorbij de oppervlakte. Je voelt dat daaronder wel heel wat ligt te sluimeren, maar achteraf leek ons dat helaas het potentieel dat niet naar boven is gekomen.

 

Details Fictie
Auteur: Gabe Habash
Vertaler: Joris Vermeulen
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
320