Friedrich Hölderlin, Gedichten

De Hegel onder de dichters

Een Nederlandstalige editie van de gedichten van Friedrich Hölderlin? Wie het dichter en vertaler Ad den Besten begin jaren zeventig had gevraagd, zou een blijk van ongeloof als antwoord hebben gekregen. Hölderlin, de mystieke, duistere dichter, waarom zou men die in vertaling willen ontdekken? Zijn het niet in belangrijke mate de ernst van en de nevel rondom de Duitse taal die zijn gedichten een verheven, maar tegelijk obscure schoonheid verlenen? Deze nieuwe hardcover bij uitgevers Athenaeum - Polak & Van Gennep laat de vraag in het midden, simpelweg door de gedichten niet in hun originele taal bij te voegen. Daarmee vindt deze uitgave aansluiting bij de overige bloemlezingen die al in de Perpetua-serie van beide uitgeverijen zijn verschenen, waaronder geselecteerd werk van Fernando Pessoa, Rainer Maria Rilke, William Wordsworth en Sapho. Ook daar (en vooral voor wat de Germaanse dichters betreft) was het ontbreken van de originele taal een prominent gebrek; bij deze Hölderlin-bundeling is dat helaas niet anders.

Meer in het bijzonder stellen zich bij de casus Hölderlin een aantal extra problemen. Er zijn immers geen ettelijke drukken met zijn gedichten op het Nederlandstalige publiek losgelaten en wie een vollediger uitgave wil, moet allicht bij buitenlandse uitgevers aankloppen. De reden om dat te doen, zit niet alleen in een potentieel streven naar authenticiteit bij de lezer, maar tevens in de specifieke keuzes die den Besten als vertaler heeft gemaakt. Zijn (inmiddels twintig jaar verouderd) Nederlands vertoont een hang naar archaïseren, die in de context van een romantisch figuur als Hölderlin weliswaar valt goed te praten. Tegelijk is het echter een keuze die Hölderlin nog dieper terug in de tijd duwt en men kan zich de vraag stellen in welke mate een meer laagdrempelig Nederlands zou bijgedragen hebben aan een wijdere verspreiding van zijn oeuvre. De dichter is in ons taalgebied immers nog steeds in de eerste plaats voer voor uitsluitend ingewijden, hoewel mensen als Stefan Hertmans aan de hand van lezingen over zijn poëzie trachten bij te dragen aan een bredere erkenning. Hölderlins poëzie laat zich echter niet eenvoudig doorgronden en niet in de populaire cultuur, maar eerder in klassiek georiënteerde contexten wordt zijn oeuvre tot op heden dikwijls geciteerd. Kortom niet de Hollywood-bonzen, maar wel Brahms, Schumann, Strauss, Reger, Hindemith en Nono lieten de dichter spreken middels hun eigen werk. Misschien dat een zweem van elitarisme daarom nog steeds als een kwalijk aura omheen de figuur van Hölderlin hangt?

Tot slot zou de levensloop en bijgevolg de inhoud van Hölderlins werk een reden kunnen zijn voor de afstand die het grote publiek tot deze dichter heeft bewaard. Hölderlin koesterde grote politieke en liefdesidealen, maar zag deze door het uitblijven van een sociale revolutie in Duitsland enerzijds en door het sterven van zijn (heimelijke) geliefde Susette Gontard anderzijds volledig verbrijzeld. De laatste vier decennia van zijn leven sleet hij, medisch gediagnosticeerd als 'waanzinnige' in een soort zolderkamer in een torentje van een ambachtswoning - tegenwoordig te bezoeken als Hölderlin-museum. De laatste episode van zijn oeuvre werd dan ook getekend door verdriet en deprimerend duister. In deze bloemlezing zijn echter vooral vroegere gedichten van Hölderlin opgenomen, waarin de man de hem typerende symbiose tussen extreme polariteiten (de Hegeliaanse these en antithese) al had bereikt. In talloze gedichten, met als vaak terugkerend thema de gehoopte eenwording en harmonie tussen mens en natuur, verwerkt Hölderlin de strijd van mens met omgeving, van één ding tegen de andere dingen. Dat geeft de gedichten zonder meer een filosofisch, quasi existentieel gezicht. Hölderlins hele oeuvre onder een dergelijke noemer vatten zou echter onrechtvaardig zijn, maar het is op de lange termijn één van de belangrijkste verwezenlijkingen van de dichter gebleken.

Naast een bevestiging van Hölderlins onwrikbare plaats in de canon, is ‘Gedichten' een fenomenale ontdekking van een erg oorspronkelijk dichter, die schijnbaar los van construct noodlottige beelden op de lezer kon en nog steeds kan loslaten. Ad den Besten geeft in een uitstekend nawoord trouwens duiding bij de versvoet, die Hölderlin veelal strikt naleefde. Daarnaast verschaft de vertaler ook minimale uitleg bij de gedichten afzonderlijk en schreef Kester Freriks een inspirerend nawoord. Dat deze uitgave te weinig volledig is en geen Duits bevat, zijn twee grote struikelblokken, hoewel de ware poëzieliefhebber zich hier niet zou door mogen laten weerhouden om Hölderlin te ontdekken.

 

Details Poëzie
Auteur: Friedrich Hölderlin
Vertaler: Ad den Besten
Copyright afbeeldingen: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Uitgever: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Jaar:
2011
Aantal pagina's:
258