Francesco Petrarca, 'Het liedboek'

'Het allermooiste is het allerpijnlijkste'

Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken: verpletterend liefdesverdriet wegens een onbereikbare schone. Rijk of arm, schoon of lelijk – voor Amors grillen is elk individu even kwetsbaar. Al eeuwen en eeuwen schrijven boekendokters Petrarca’s ‘Canzoniere’ voor tegen de hartenpijn die een afwijzing en het bijbehorende onvervulde verlangen met zich meebrengt. Zo is Petrarca ondertussen een cliché geworden, een dichter voor puberende zieltjes. Of is er toch meer aan de hand? In een cursus literatuurgeschiedenis wordt de dichter wel eens aangehaald als de grondlegger van de renaissance, onder meer omdat hij als eerste de hoofse lyriek op hyperpersoonlijke wijze op zichzelf betrok. Vraag is natuurlijk of men daarom vandaag nog iets kan aanvangen met zijn nagelaten geschriften.

Vooraleer daar dieper op in te gaan, dient nogmaals beklemtoond dat Petrarca inderdaad een nieuwe beweging in de literatuur op gang heeft gebracht. Hij vond de liefdespoëzie niet uit en ging zelfs in grote mate mee met de heersende tendens binnen zijn tijd. De Laura de Noves die Petrarca voor het eerst zag op Goede Vrijdag van het jaar 1327, was eigenlijk een typisch onderwerp voor hoofse poëzie, onbereikbaar vanwege een huwelijk, dat Petrarca toeliet te dichten vanuit de platonische middeleeuwse overlevering. Het veelvuldig verwijzen naar Amor of de metafoor dat de dichter in Laura’s hart zou wonen, zijn hier stereotiepe voorbeelden van.

Het genie van Petrarca bestaat er dus in dat hij een formule waar inmiddels sleet op was gekomen, onverwacht vanuit een grote gevoeligheid onder handen nam. Wat later bekend is geworden als het Petrarkisme, omvat bijvoorbeeld het voortdurend naast elkaar plaatsen van paradoxen, wat garant staat voor indringende beelden die door de overduidelijke aanwezigheid van tegenstellingen, gemakkelijk blijven hangen. Petrarca’s dichtkunst is geen aframmeling van sentimentele beeldspraak, maar een secuur gecomponeerd liedboek dat een standaard zou worden voor alle latere liefdespoëzie.

‘Het liedboek’ leest vandaag absoluut als een gedateerd document. Uiteraard zijn de constructies zeer doorzichtig en de metaforen gezocht. Fantastisch is echter dat dat niet afdoet aan de eerlijkheid en de integriteit van de bundel. Petrarca zou uiteindelijk 378 gedichten afwerken, maar hij schrapte er 12 om bij een gedicht per dag uit te komen. Wat overbleef, is heel divers. Dit niet alleen omdat de verzameling uiteenvalt in een eerste boek (over de levende, onbereikbare Laura) en een tweede (wanneer Petrarca’s geliefde gestorven is aan de pest), maar ook omdat de auteur tal van invloeden betrekt op zijn subject.

‘Canzoniere’ gaat niet constant over haar, maar ook over zijn eigen verlangen, over de liefde in het aanschijn Gods, over het lichamelijke en het geestelijke. ‘Het liedboek’ voelt zodoende ‘compleet’ aan, zonder dat Petrarca op gelijk welk moment theoretisch gaat schrijven. Precies dat maakt ‘Het liedboek’ vandaag nog zo geliefd bij het brede publiek.

Was de ‘Canzoniere’ toe aan een nieuwe uitgave? Niet echt, want Peter Verstegens superieure vertaling verscheen een paar jaar geleden al bij Athenaeum – Polak & Van Gennep, voorzien van erg veel duiding. Die kanjer van ruim anderhalve kilogram (in prachtig formaat!) is nog steeds te verkrijgen, maar aan deze iets uitgedunde (en hier en daar gecorrigeerde) editie is een beduidend kleiner prijskaartje verbonden. Als de liefde geld moet kosten, dan zullen bohémiens zich Verstegens briljante vertaling maar wat graag in deze betaalbare editie aanschaffen.

Details Poëzie
Originele titel:
Canzoniere
Auteur: Francesco Petrarca
Vertaler: Peter Verstegen
Nawoord: Kees Fens
Uitgeverij: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
561