Franca Treur, 'De woongroep'

Een keer te veel weggezapt.

De poging van Franca Treur om het sombere verhaal te schrijven van iemand die buiten de lijnen van het voorgeschreven leven wil kleuren maar daarin faalt, bekoort niet. 'De woongroep', de opvolger van haar bijzonder goed onthaalde debuut 'Dorsvloer vol confetti', is ongeïnspireerd en zwermt vele richtingen uit.

Freelance communicatie-experte Elenoor is met Erik, een neurotische fils à papa die een film wil draaien over een wereldoorlog, of alleszins gelooft dat hij goed op weg is die droom te realiseren. Het wringt bij Elenoor, ze wil de veilige cocon van de liefde ontvluchten om betekenis te geven aan haar leven. Ze verhuist naar een commune die volgens haar het verschil kan maken, met acties in de publieke ruimte die de samenleving ten goede kunnen keren. Wie denkt dat de inwendige chaos van de protagoniste het leidmotief van deze roman vormt, komt bedrogen uit.

De auteur duwt de verdwijning van Alexander, een huisgenoot van Elenoor, naar het voorplan. Hoewel ze eerst niet wist dat hij er niet meer was, en een bezoek van de politie haar wakker schudde, is het voor Elenoor een halszaak om de verdwenen Alexander terug op het spoor te komen. Het lijkt erop dat Treur het geweer van schouder verandert en plots de weg inslaat van een plotgedreven relaas. Alles is met alles verbonden, alleen leest het als een amechtig streven om de roman de nodige urgentie toe te dienen.

Waar het Treur om te doen is, laat zich niet gemakkelijk raden. Wil ze de moeizame verzoening schetsen van een jonge vrouw met de troosteloze clichés die het leven in de aanbieding heeft, of heeft ze een karikatuur voor ogen van de mens als een immer wroetende gelukszoeker, en houdt ze ons dus een maatschappijkritische spiegel voor?

Tot ver in de roman blijft de auteur vasthouden aan faits divers om Elenoors karakter te boetseren. De televisie aangezet om haar geest leeg te maken, blijft ze hangen bij het nieuws. 'Karaoketelevisie. Ze vertellen maar weinig wat je niet al weet.' Ze glijdt van kanaal naar kanaal, en beschrijft nog twee andere programma's. Obligate alinea's zijn het. Treur zapt net als Elenoor doelloos rond: verschillende verhaallijnen eisen om de beurt de aandacht op, de personages tuimelen van het toneel om terug op te dagen als je ze niet meer verwacht.

Net zo vaag als ze de huisgenoten uit Elenoors woongroep in het verhaal betrekt, serveert ze hen af, zoals je het wel eens in een op waargebeurde feiten gebaseerde film ziet, waarin de verdere levensloop van de personen wiens leven de cineast inspireerde, bij wijze van epiloog in een paar woorden wordt gevat. Dichter Rudi is zo'n schimmig personage. Hij komt en gaat, maar krijgt nooit een echte stem. Het is metaforisch voor Treurs onvermogen om te begeesteren, om van de innerlijke strijd die haar protagoniste ervaart een kwestie te maken waar je niet om heen kunt.

Als de eindgeneriek zich al tussen de regels nestelt, probeert Treur Elenoor bij de lurven te vatten, en speldt ze haar een premature filosofische reflex op. Over de kinderen van het koppel waarbij ze zijn ingetrokken zegt ze: 'Ze zullen dassen strikken, visitekaartjes wisselen, hypotheken nemen, opvattingen hebben en belastingen betalen. Misschien zullen ze hun dagen liever in apathie willen slijten, maar dat ligt genetisch gezien niet voor de hand.' Waarom heeft de schrijfster hier zo lang mee gewacht?

De lezer blijft aan de zijlijn staan, wacht op het vuur dat nooit oplaait en observeert het weifelende leestraject dat Treur heeft uitgezet. Met deze roman ondermijnt ze haar reputatie van literair talent, voorspeld door Humo en Knack Focus.

Details Fictie
auteur: Franca Treur
Uitgeverij: Prometheus
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
338