Fleur Bourgonje, ‘Uitval’

Fijnzinnig, interessant en enigszins langdradig

De ontoereikendheid van het geheugen, het is een geliefd thema bij schrijvers. Ook Fleur Bourgonje waagt zich eraan. In ‘Uitval’ onderzoekt zij hoe een ingrijpende gebeurtenis de perceptie van ons verleden aanpast of liever, aantast.

‘Uitval’ gaat over een zestigjarige vrouw, die tijdens een ochtendwandeling eensklaps de controle over haar rechterbeen verliest. Zo wordt ze bruusk met haar eindigheid geconfronteerd. Uit angst voor een nieuwe ‘uitval’ sluit ze zich op in haar appartement. Ze hoopt troost te vinden bij de jongere zelf uit haar pas afgewerkte, autobiografische manuscript en herleest haar herinneringen met nieuwe ogen.

De vrouw ziet zichzelf opnieuw als de kleuter met de witte linnen schoentjes, als het bruidje van Sacramentsdag, als verliefde jongedame, als de dochter die haar vader verliest en als de opstandige vrouw die de vrijheid opzoekt in Parijs, Buenos Aires, Venezuela…   

Voortdurend becommentarieert de vertelster ‘de plaatjes’ van haar verleden. Haar nieuwe inzichten zijn vaak onthutsend en zelfs pijnlijk. Zo ziet ze in dat angst al eerder als een rode draad door haar leven liep en nog belangrijker: dat ze een vertekend beeld heeft van de meest beslissende momenten uit haar leven. Om dan tot de conclusie te komen dat ze in haar manuscript nooit de kern geraakt heeft; ze heeft haar ‘allerdiepste, minst beïnvloede gedachten en gevoelens' niet heeft prijsgegeven en weinig woorden gewijd aan wat ‘hartstochtelijk verlangen en verscheurend missen’ met haar hebben gedaan. Opvallend is dat dat gebrek niet goedgemaakt wordt in de commentaren. De schrijfster krijgt als het ware een tweede kans, maar die gebruikt ze niet. Voor de tweede keer laat ze de lezer in het ongewisse achter.

Dat beseft de vertelster overigens maar al te goed. Het falende geheugen lijkt eerder een voorwendsel te zijn. Wat echt tekortschiet, is de taal. Om de waarheid van een leven op papier te zetten, is een ‘niets-te-verliezen-taal’ nodig. Bestaat die wel voor de vertelster? En bestaat die wel voor Fleur Bourgonje, die overigens verdacht veel op haar hoofdpersonage lijkt?

Hoewel het gedachte-experiment zonder enige twijfel interessant is, werkt de parallelle opbouw langdradigheid in de hand. Het leestempo wordt vertraagd door de stijl van Fleur Bourgonje. De gedachten van de vertelster klinken bijvoorbeeld zo: ‘Ik wist wel beter toen ik het schreef, want schrijvend wrong de ene na de andere herinnering zich los uit de duisternis van de vergetelheid en schoof zich het heldere heden in’. Afzonderlijk beschouwd zijn dergelijke zinnen poëtisch en verfijnd, maar de roman lijdt onder een overdaad.

‘Uitval’ vertrekt vanuit een ogenschijnlijk onbeduidend incident: de functie van het been die het enkele luttele minuten begeeft, laar ook het geheugen blijkt uitgevallen en de taal en zelfs de liefde. In essentie gaat het boek dan ook over een tekort. In haar manuscript schrijft de vertelster: ‘Het niets, de leegte: daarover heeft ze proberen te schrijven, meer dan eens.’ Wat zij niet gedaan heeft, deed Fleur Bourgonje wel, paradoxaal genoeg door het ook niet te doen. Het resultaat is een interessante, maar jammer genoeg enigszins langdradige roman. 

Details Fictie
Auteur: Fleur Bourgonje
Uitgeverij: De Geus
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
187