Fernando Pessoa, Heimwee naar vereeuwiging - De Engelse gedichten

Ongeëvenaard taalvirtuoos

Zelfs de zelfverklaarde liefhebbers van het gevarieerde oeuvre van wijlen Fernando Pessoa durven al eens voorbijgaan aan het belang van diens Engelstalige gedichten. De Portugese auteur is nu eenmaal vooral gekend omwille van zijn sublieme schrijfsels onder de heteroniemen Ricardo Reis, Álvaro de Campos en Alberto Caiero, of het prozaïsche ‘Boek der rusteloosheid'. Pessoa, die eigenlijk aan de wieg staat van het concept 'heteroniem' (wat er in het kort op neerkomt dat de auteur fictieve karakters uitvond als legitimatie om - onder die verschillende namen - poëzie te schrijven in telkens een andere stijl), had echter een grote affiniteit met het Engels en schreef aanvankelijk enkel en alleen in die taal.

Geïnspireerd door Shakespeares sonnetten, concipieerde Pessoa gedichten onder de weinig gekende heteroniemen Alexander Search en Charles Robert Anon. Die werken, op de '35 sonnetten' na, worden wel eens bestempeld als 'jeugdzondes', omdat de auteur ze schreef voor zijn dertigste en het beheerste intellectualisme van bijvoorbeeld ‘Het boek der rusteloosheid' nog niet sterk aan de oppervlakte zit. Wie ‘De Engelse gedichten' leest, die voor het eerst in een bloemlezing werden uitgebracht in een uitstekende vertaling van de intussen helaas overleden Pessoa-kenner August Willemsen en collega Maarten Asscher, kan moeilijk ontkennen dat hier een jeugdige stem klinkt. Het fysieke en het erotische zijn nooit meer zo expliciet aanwezig in het latere werk van de auteur en de gedichten op zich zijn behoorlijk laagdrempelig.

Toch verdienen de ‘Engelse gedichten' de aandacht die De Arbeiderspers hen via deze mooie uitgave probeert te geven. Pessoa heeft bij leven veel moeite gedaan zijn vroegste werken gepubliceerd te krijgen en liet zelfs een beperkte oplage van de '35 sonnetten' op eigen kosten drukken. Maarten Asscher trekt in een goed uitgebalanceerd en interessant nawoord zijn conclusies uit het feit dat Pessoa zelfs zijn laatste woorden in het Engels schreef: de auteur heeft zijn artistieke moedertaal nooit willen afzweren, dus hoe zouden zijn vroegste werken dan jeugd'zonden' kunnen zijn?

Deze bundeling gedichten met de treffende titel ‘Heimwee naar vereeuwiging' (een hunkering waar Pessoa als adolescent en vroege twintiger zeker niet van gevrijwaard bleef) begint met een ‘Bruiloftsdicht' (‘Epithalamium') in 21 korte stukjes, een intense beschrijving van hoe een jonge bruid op de dag van haar huwelijk toeleeft naar het moment van de ontmaagding. De toon lijkt soms een beetje spottend, want Pessoa windt er opvallend weinig doekjes om en ontdoet 'de daad' zo voor een stuk van zijn magie, maar qua taal vertoeft de lezer al meteen in een grote weelde. Diezelfde overgave voor het erotische stelt Pessoa tentoon in zijn ‘Atinoüs', een klaagzang over Hadrianus die het lijk van zijn dode minnaar beweent. Het homoseksuele, waar Pessoa ook later mee dweepte, is hier van mineur belang: vooral de onbeteugelde pathos en de prachtige verwoordingen van Hadrianus' leed ontroeren de lezer vanaf de eerste woorden.

Daarna volgen de '35 sonnetten', die opvallend filosofischer zijn opgevat. Ze zijn haast allen prachtig opgebouwd en Pessoa speelt met metaforen om uiteindelijk een filosofisch concept helder weer te geven. Het springt bovendien in het oog hoe vrijelijk de auteur zich kon bewegen binnen de rigoureuze vorm van het sonnet en hoe meesterlijk hij speelt met het oude Engels, dat in zijn tijd al lang in onbruik was geraakt. Iets minder waardevol zijn de veertien 'inscripties' die in de bundel zijn opgenomen (allen korte mijmeringen over de dood), maar dat wordt dan weer ruimschoots gecompenseerd door zes losse gedichten, waarmee de bloemlezing eindigt.

Met de onverwachte dood van meestervertaler August Willemsen leek De Arbeiderspers gefnuikt in zijn opzet om het volledige werk van Pessoa in een uniforme uitgave op de markt te brengen, maar in Maarten Asscher heeft men een waardig opvolger gevonden. ‘De Engelse gedichten' is sterk aan te raden voor mensen die Pessoa (eventueel chronologisch) willen verkennen, en zelfs een must voor de liefhebbers van zijn oeuvre. Pessoa's taal is pure weelde, en zijn boodschap is nu nog altijd verpletterend eerlijk en confronterend. Weergaloze poëzie; kortom!

Details Poëzie
Originele titel:
Poesia Inglesa I & II
Auteur: Fernando Pessoa
Vertaler: August Willemsen, Maarten Asscher
Copyright afbeeldingen: De Arbeiderspers
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
184