Eva Menasse, ‘Quasikristallen’

Een intrigerende mozaïek zonder regelmaat

In ‘Quasikristallen’ gaat Eva Menasse de uitdaging aan om het leven van een doodnormale vrouw te beschrijven door de ogen van mensen die haar omringen. Doorheen de verschillende hoofdstukken treedt Xane Molin nu eens op als beste schoolvriendin, dan weer als eigenzinnige huurster, patiënte in een vruchtbaarheidskliniek, ambitieuze carrièremaakster, bezorgde moeder of onbekende in de straat. ‘Quasikristallen’ is niet plot gedreven, maar steunt volledig op één centrale vraag: wat weten anderen, wat weten wij over onszelf?

Het boek begint in een dramatische zomer. Xane is veertien en brengt een deel van de vakantie door bij haar beste vriendin Judith, uit wiens perspectief we de gebeurtenissen te zien krijgen: Xanes kalverliefde, de eerste joint, Judiths vader met losse handen, haar labiele moeder die ’s nachts luid zingend baadt, haar kleine zus Salome die uit angst in bed plast. We krijgen een volledig beeld van Judiths thuissituatie, waarin Xane als nevenpersonage opduikt.           

Elk hoofdstuk staat op die manier op zichzelf, waardoor de roman doet denken aan een bundel kortverhalen. Verwonderlijk is dat niet, aangezien Eva Menasse Alice Munro tot haar voorbeelden rekent. De blinde vlekken die typerend zijn voor de kortverhalen van de Nobelprijswinnares, vind je ook terug in ‘Quasikristallen’. Zo wordt het geheel een fragmentarische biografie, waarin veel onuitgesproken blijft en belangrijke beslissingen genomen worden in het wit tussen twee hoofdstukken.

Als lezer stel je het beeld dat je van Xane krijgt, per hoofdstuk bij. Daarbij zijn waarneming en waarheid niet uit elkaar te houden. Het citaat van Janet Frame, dat als motto boven het eerste hoofdstuk geplaatst wordt, zindert na: 'Niets was eenvoudig, bekend, veilig, voor waar aangenomen, gegarandeerd.' Interessant is dat het centrale hoofdstuk zeven - uit het perspectief van Xane zelf - ook geen antwoorden biedt. Xanes kijk op zichzelf is net zozeer vervormd als de kijk van de anderen en ze lijkt zich sterk bewust te zijn van de verschillende rollen die ze op zich neemt: gevangenenbewaker, Stasi-ondervrager met pokerface, het klankbord van de amour fou van haar beste vriendin, de verveelde echtgenote.

Met haar titel lijkt Eva Menasse te suggereren dat haar personages – en bij uitbreiding ook wij – ‘Quasikristallen’ zijn: elementen waarvan de structuur maar schijn is. Buiten de regelmatige chronologie, waaraan we niet kunnen ontsnappen, zijn onze levens chaotisch opgebouwd uit losse componenten. Ook de roman is zo’n quasikristal: dertien schijnbaar passende hoofd(/puzzel)stukken, maar als puntje bij paaltje komt, blijkt er geen hogere orde te zijn en is de ultieme synthese onmogelijk.

‘Quasikristallen’ zet je voortdurend aan het denken en blijft je nieuwsgierigheid prikkelen. Toch is het geen roman die je in één ruk uitleest. Net zoals bij een verhalenbundel voelt elk hoofdstuk aan als herbeginnen: nieuwe personages om te leren kennen, nieuwe levens waarin Xane al dan niet kortstondig figureert. De gedetailleerde vertelstijl en de gevarieerde karakters maken het verder lezen gelukkig meer dan de moeite waard. 

Details Fictie
Auteur: Eva Menasse
Vertaler: Annemarie Vlaming
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
384