Erwin Mortier, 'Omtrent liefde en dood. Een afscheid'

Een papieren monument voor Jef Geeraerts

In 'Omtrent liefde en dood. Een afscheid' - duidelijk een verwijzing naar 'Tien brieven rondom liefde en dood', het tijdloze brievenboek van Geeraerts - haalt Erwin Mortier herinneringen op aan de nadagen van Jef Geeraerts en Eleonore 'Nora' Vigenon, zijn eeuwige geliefde. Mortier schetst een aangrijpend portret van twee dierbare vrienden. Het boek is echter evenzeer een getuigenis van hoe genadeloos de dood plotseling kan toeslaan.

Het is overigens niet de eerste keer dat Mortier een auteur portretteert. Zo beschreef hij in 'Avonden op het landgoed' (2007) de strapatsen van de Nederlandse volksschrijver Gerard Reve tijdens een verblijf in Frankrijk. 'Omtrent liefde en dood. Een afscheid' daarentegen is van een totaal andere aard. Het is opgehangen aan de dood van Jef en Nora, twee dierbare vrienden. Hoewel Mortier en zijn man Lieven Vandenhautte toentertijd niet eens zo ver van elkaar woonden, leerden ze Geeraerts en zijn eega in 2003 kennen tijdens een lunch in een ambassade in Parijs. Een koppel waar je onmogelijk naast kon kijken. Hij de schrijver met de al te hippe bril, zij een en al glamour en glitter.

'We zeiden niet veel terwijl we stonden aan te schuiven voor het buffet. We waren geïntimideerd, en ook wat spotziek. Er kwam ineens wel heel veel dierenleed en metallurgie op ons af.' Het was het begin van een jarenlange en hechte vriendschap. Geeraerts noemde hen 'de jongens' en inviteerde hen bij hem thuis. Daar maakten ze voor het eerst kennis met een andere Eleonore. Een vrolijke vrouw in jeans en slobbertrui en Jef die blootsvoets door de kamer struinde en voor het gezelschap de borden aandroeg.

'De eindigheid was kind aan huis bij ze. Geen minuut mocht zomaar voorbijgaan, in de banaliteit van alledag gewikkeld.' Opmerkelijk is hoe Eleonore rust in het leven van de zachte macho en schrijver wist te brengen, en hoe hij uiteindelijk toegeeft dat ze hem als enige aankon en hem heeft beschaafd. De schrijver en de vrouw, die eerlijk bekent dat ze twee boeken van hem nooit heeft willen lezen: 'Dood in Bourgondië' en de 'Gangreen'-roman waarin hij met zijn eerste huwelijk afrekent. Een roman waarover hij tijdens zijn laatste Congoreis in 2010 getuigt dat het niet zijn beste boek is en hij 'het beter niet had geschreven'.

Leuk om te vernemen is dat het uitgerekend Nora is die hem na zijn Afrikaromans behoedzaam aanspoort andere bronnen aan te boren: het schrijven van thrillers. Een gok die aansloeg en waarmee hij het pad effende voor andere auteurs die vandaag uiterst succesvol zijn.

Bijzonder ontroerend zijn de passages over het dagelijkse leven van Geeraerts na de dood van zijn geliefde. Hij, de grote levenskunstenaar, is amper nog een schaduw van zichzelf en sleept zich van de ene naar de andere dag. Er is het vaste eethuis in Deinze, waar hij steevast hetzelfde bestelt: biefstuk met sla en friet, een glas rode wijn en als afzakkertje een glas Cointreau. De rest van het vlees neemt hij mee voor de poezen - ze houden hem voorlopig overeind - thuis. Het schrijven lukt hem niet meer. De plannen voor 'De zwarte vogel', zijn laatste boek, heeft hij definitief opgeborgen. Hij vindt van zichzelf dat hij meer dan voldoende heeft geschreven. 

'Omtrent liefde en dood. Een afscheid' is meer dan een sublieme hommage aan een belangrijk schrijver en zijn echtgenote. Het is evenzeer een mijmering over hoe onbeholpen we met sterfelijkheid en dood omgaan. Of hoe Jef Geeraerts het ooit zo treffend formuleerde: 'Ik vrees de dood niet, wel het sterven en afscheid moeten nemen van geliefden.'