Erik Vlaminck, 'De zwarte brug'

Heimwee naar folklore

In een steeds meer globaliserende wereld vervaagt de regionale identiteit. Traditionele levenswijze verwordt tot folklore, geïdealiseerd en ingekaderd in allerhande musea. De absurde opkomst van nationalistische politieke partijen met tegelijkertijd een meedogenloos neoliberaal discours zijn tekenend voor deze evolutie. Het lijkt duidelijk, des te platter de populaire cultuur, des te groter de hang naar holle nostalgie. Het is op deze grens dat de nieuwe roman van Erik Vlaminck, ‘De zwarte brug’, zich afspeelt.

Leopold ‘Leo’ Lenaerts is letterlijk en figuurlijk een vergeten naoorlogs Vlaams product. Geboren in 1945 te Lillo, wordt zijn dorp vijftien jaar na datum van de kaart geveegd door de Antwerpse haven. De hele gemeenschap valt uiteen en leeft enkel voort in de nostalgie van de voormalige bewoners. Steeds de heimwee opkroppend, vindt Leo onmogelijk zijn plaats in de steeds verder evoluerende maatschappij van vandaag. Uiteindelijk lijkt een uitgeholde en niet onbekende politicus het gelach te zullen betalen.

Erik Vlaminck is een auteur die erin slaagt een sterke identiteit te leggen in zijn schrijfstijl. De manier waarop hij het Vlaamse erfgoed weet te vertalen naar het geschreven woord, is ronduit perfect. Dit boek is nu al uitstervend Vlaams erfgoed. Maar zijn werk gaat verder dan de sappige Vlaamse taal en het weergeven van volkse - en soms marginale - leefgewoonten. Het boek pitst sociale puisten uit, die vandaag rijper staan dan ooit.

De grote reikwijdte die dit boek weet te beslaan komt door het naadloos vervlechten van verschillende generaties, van voor 1945 tot nu. Het maakt dat Vlaminck enerzijds zijn geliefkoosde familiesaga van ‘kleine mensen’ zoals arbeiders, boeren en foorkramers kan vertellen, maar dat hij de deur open laat voor verbloemde maar snoeiharde kritiek op ons dagelijks en sociale leven.

We hebben Vlaminck op vlak van het schrijverschap niets meer te leren. Integendeel, het is net door auteurs als hem dat onze Nederlandse taal zijn rijkdom weet te bewaren en onze literatuur veelzijdig wordt. De rode draad die fascinerend doorheen zijn oeuvre loopt, kent in ‘De zwarte brug’ een synthese die de perfectie weet te benaderen.