Els Moors, Er hangt een hoge lucht boven ons

Procreatie in Nutellaland

‘Ik sympathiseer / altijd eerst met de hond / die uitgelaten / het plein oploopt // (hij heeft een zwart lapje voor zijn oog) // daarna pas met jou'. Tot jou spreekt de Belgische dichteres Els Moors (1976). Moors werd befaamd in literaire kringen omwille van haar ‘witte fuckende konijnen', een cyclus die u ook in haar debuutbundel ‘Er hangt een hoge lucht boven ons' kunt terugvinden.

Het minste wat gezegd kan worden, is dat Moors haar stempel op de Nederlandstalige poëzie van dit moment drukt. Enkele wapenfeiten zijn een eervolle vermelding van beste debuut als laureate van de Herman de Coninck-prijs 2007 en een nominatie voor de C. Buddingh'-prijs in 2006. ‘Er hangt een hoge lucht boven ons' bevat naast de cyclus over ‘de witte fuckende konijnen' achtendertig titelloze gedichten.

De poëzie van Moors kenmerkt zich door een bevreemdende werkelijkheidservaring. Ze observeert, schrijft onvoorspelbare gedichten en schotelt de lezer impressies uit een surreëel bestaan voor. Haar rijmloze, niet-gestructureerde gedichten komen absurdistisch en surrealistisch over en in het merendeel ervan is een ik-figuur aan het woord. Soms is haar poëzie verrassend realistisch, zoals over een stervende vis (‘ik hoop dat hij niet komt bovendrijven') of net verrassend brutaal, bijvoorbeeld in ‘kom ik leg je moeder om'. Hier valt geen hoogdravendheid te bespeuren, maar eenvoud. Zo schrijft ze bijvoorbeeld vaak over een fiets en over water, maar kan ze evenzeer onverwacht bruut of erotisch uit de hoek komen.

‘De witte fuckende konijnen fucken / en zij fucken samen het dak plat / zonder afstandsbediening / galm galm het is ochtend! / het is ochtend in dit natte land / dit tandpasta nutella land / dit natte afgematte veld'. Ziehier, de aanhef van de cyclus over de witte fuckende konijnen - een loflied voor de procreatie? - die Moors nog wel een tijdje zal achtervolgen. De cyclus vormt een stijlbreuk met de andere gedichten en die is wel welkom, want een minpunt is dat haar gedichten vormelijk gezien nogal snel veel van hetzelfde worden. Op dat vlak mist haar poëzie nog een paar scherpe randjes.

De konijnencyclus getuigt in elk geval van onmiskenbaar technisch talent. Positief is ongetwijfeld de gelaagdheid van haar gedichten, die ervoor zorgt dat je steeds nieuwe dingen ontdekt. Je kunt diep graven in vele interpretaties en van zodra je denkt dat je een beeld kunt vasthouden, gooit Moors het vrijwel meteen om met een ander beeld. Vormelijk gezien mag Moors dan over het algemeen minder uitdagend zijn - behalve bij haar konijnencyclus - op inhoudelijk vlak is deze bundel een niet te missen waarneming van de onsamenhangende werkelijkheid.

Details Poëzie
Auteur: Els Moors
Copyright afbeeldingen: Nieuw Amsterdam
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2006
Aantal pagina's:
52