Emma Curvers, 'Iedereen kan schilderen'

Leven met Hans

Op driekwart van ‘Iedereen kan schilderen’, de debuutroman van Emma Curvers, staat een stamboom van de familie van Iris, het hoofdpersonage. Aanwezig in de families Kostons en Sminia: depressie, smetvrees, woedeaanvallen, hypochondrie en nog een handvol aandoeningen. Iris’ zelfgemaakte stamboom, bij elkaar gesprokkeld uit een familie die de lippen stijf opeen houdt (‘het nachtslot op de deur en hun sores in een kluis’), is een van haar pogingen om grip op de zaak te krijgen. Het is ook een uiting van haar gevoel van hulpeloosheid over de toestand van haar familie en van zichzelf.

De roman en Iris’ leven, ook nu ze uit huis is en in Amsterdam studeert, worden beheersd door haar vader Hans. Het is niet duidelijk wat er precies met hem aan de hand is – een officiële diagnose is nooit gesteld – maar waar het voor Iris, haar zus Mia en hun moeder op neerkomt, is dat er van hen verwacht wordt dat ze zich schikken naar zijn buien, zijn verniel- en koopzucht en zijn empathisch onvermogen. ‘Iedereen kan schilderen’ is opgedeeld in de periode rond de feestdagen: er gebeurt altijd wel wat. Als de gasten met kerst te vroeg komen, laat Hans hen buiten staan en moet zijn gezin de lichten uitdoen en doen alsof ze niet thuis zijn. Met Pasen is het gezin op weg naar familie, maar laat Hans zijn vrouw en kinderen achter aan een tankstation. Omdat ze zich niet gedroegen, zegt hij later, of omdat hij dan zelf niet op familievisite hoefde.

Curvers laat overtuigend zien hoe dit soort bizarre gebeurtenissen voor Iris, Mia en moeder Elsbeth bijna normaal geworden zijn. Ten eerste is Hans altijd zo geweest. Ten tweede gaat hij af en toe in therapie en belooft hij verbeteringen. En ten derde is breken met je vader, of met je man, helemaal niet zo makkelijk. Iris wil begrijpen wat er mis is met haar vader en zichzelf, omdat ze het anders wil doen – zie de stamboom – maar tegelijkertijd is er zovéél mis en lijkt het zelfs met therapie en medicijnen onmogelijk om er iets aan te doen, zodat ze in limbo blijft hangen.

In elke roman over psychische aandoeningen is het moeilijk om de balans te houden tussen een ziektebeeld, een personage en het verhaal zelf. Nog ingewikkelder wordt het als het personage met de grootste problemen van buitenaf wordt bekeken, zonder zelf te (kunnen) vertellen hoe het er in zijn hoofd aan toe gaat. Op een wrange, afwisselend afstandelijke en intieme toon weet Curvers die balans te houden en voelen we mee met Iris’ woede jegens en haar medelijden met haar vader. De trieste ‘laten we er maar het beste van maken’-sfeer die er tussen Iris, Mia en moeder Elsbeth hangt, is schrijnend, maar dat is Hans’ afstand tot iedereen om hem heen net zo goed. ‘Iedereen kan schilderen’ is geen wereldschokkende roman, maar wel een geslaagd portret van een gezin in permanente crisis. Een Hans-shaped schokje.

Details Fictie
Uitgever: Atlas Contact
Auteursfoto: Fred van Diem
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
207