Elisabeth Marain, 'De laatste vlucht naar Havana'

Hommage aan een excentrieke vrouw

Wie als auteur niets te vertellen heeft, kan zijn pen maar beter in de muur prikken. Zou het kunnen dat Elisabeth Marain - ooit succesvol met inmiddels klassieke titels als 'Het tranenmeer' (1979) en 'Rosalie Niemand' (1988) - om die reden jarenlang in zeven talen heeft gezwegen? Vandaar dat ze met 'De laatste vlucht naar Havana', het verhaal van een intense vriendschap, zo sterk uit de hoek komt. Wie weet: het begin van een literaire comeback?

Ruim twaalf jaar heeft Marain gewacht om haar herinneringen aan haar vriendin en schrijfster Mireille Cottenjé neer te schrijven. Wellicht zat alles zo dicht op haar huid dat ze het schrijfproces voortdurend voor zich uitschoof. De pudeur was vast en zeker groot. Of spookte die ene zin van haar vriendin voortdurend door haar hoofd? "Je bent pas écht dood wanneer je door niemand meer herinnerd wordt."

Het zette haar uiteindelijk toch tot schrijven aan, al was het maar om te voorkomen dat alles wat ze ooit beleefden in het diepste ravijn, dat vergetelheid heet, zou terechtkomen. 

Cottenjé en Marain, twee vrouwen uit totaal andere werelden met verschillende karakters, die over alles heen elkaar hebben gevonden. Mireille, Mirij in het boek, rebels, vrijgevochten en nooit om een boude uitspraak verlegen. Liz, de ik-verteller, een zorgzame moeder en kwetsbaar na de plotselinge dood van haar man. Na een eerste, vrij schuchtere ontmoeting leren ze elkaar gaandeweg beter kennen, consolideren ze hun vriendschap, reizen ze naar diverse exotische bestemmingen en lopen ze zelfs mee in vredesbetogingen.

"We waren, zoals ze zei, uitersten die naar elkaar trokken als de naalden van een kompas. Zij had een grote mond, ik verzonk in zwijgen of staarde naar een onduidelijk punt in de verte, zij schreeuwde haar woede uit, ik suste. We waren wereldverbeteraars, zij in daden, ik in dromen."

Beiden hebben totaal geen geheimen voor elkaar. Als Mirij in de zomer van 2004 een reis naar Zuidoost-Azië heeft gepland, wordt ze plotseling ziek. De diagnose klinkt als een donderslag bij heldere hemel: kanker. Zes maanden na haar operatie wordt ze genezen verklaard en besluiten de vrouwen het te vieren met een lang verblijf op Cuba, het eiland van de salsa. Ze willen er zien wat Castro's revolutie heeft aangericht, of hoe je als kunstenaar revolutionair kunt zijn in een revolutionair land.

"Je wordt ofwel vernietigd, ofwel geabsorbeerd, gelukkig zijn er in elk totalitair regime altijd wel eilandjes van vrijheid te vinden, schreef Milan Kundera ooit, hij kon het weten. Vindingrijkheid is dan de oplossing." 

Beiden laten geen kans onverlet om het eiland op alle interessante locaties met een huurauto te verkennen, bij particulieren te logeren en maximaal van de muziek te genieten. Maar ook hier slaat het noodlot toe. Mirij wordt weer ziek, verbijt de pijn en belandt uiteindelijk in een ziekenhuis, waar haar repatriëring wordt voorbereid. 

'De laatste vlucht naar Havana' is literaire non-fictie die de lezer niet onberoerd laat. Een met meer dan empathie geschreven hommage aan Mireille Cottenjé, een excentrieke vrouw en geëngageerde schrijfster. Misschien een ideale gelegenheid om haar literaire oeuvre weer onder de aandacht te brengen.

Details Non-fictie
Een prachtige vriendschap vervat in literaire non-fictie, dat is 'De laatste vlucht naar Havana' van Elisabeth Marain.
Uitgeverij: Balans
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
222