Paolo Giordano, De eenzaamheid van de priemgetallen

Alleen met twee

 

De plotlijn van Paolo Giordano’s ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ vertoont in zijn eenvoud opmerkelijk veel gelijkenissen met de anekdote over de scenarist die op een nacht wakker schiet met een aha-erlebnis voor een script, het vlug neerschrijft op een blaadje en vervolgens in een diepe gelukkige slaap valt. ’s Ochtends is zijn eerste werk het blaadje ter hand te nemen, als een kind op kerstochtend, om er enkel in vluchtig gekriebel 'boy meets girl' op terug te vinden.

‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ vertelt geen nieuw verhaal, maar de omzichtigheid en het metier waarmee het is neergeschreven, verraadt bij Giordano een inzicht en fijngevoeligheid voor de menselijke psyche, die door cultuurpessimisten dezer dagen als zeldzaam wordt omschreven.

Met trefzekerheid roept Giordano zijn hoofdpersonages Alice en Mattia aan het begin van het verhaal in het leven door zonder omwegen hun persoonlijke tragedies te beschrijven. Beiden verloren als kind door druk van buitenaf datgene wat hen in evenwicht hield. Alice verbrijzelde haar linkerbeen bij een skiongeluk terwijl ze aan haar vaders verwachtingen trachtte te voldoen. Mattia verloor zijn zwakbegaafde tweelingzusje omdat hij zich uit schaamte niet met haar wilde vertonen op een verjaardagsfeestje.

Het onevenwicht zorgt er voor dat wanneer hun levens elkaar kruisen op de middelbare school, ze moeiteloos tegen elkaar aan kunnen leunen. De gebeurtenissen uit het verleden hebben echter onherroepelijk de dispositie in het leven van beide personages gevormd als een ijzeren wiskundige wet. Hoe hard ze ook proberen om creatief om te springen met de feiten in hun beider leven, hoe groot ook het verlangen om een stuk van het papier waarop het bewijs staat dubbel te vouwen zodat alles toch zou kloppen, de uitkomst blijft hetzelfde.

Het is deze uitzichtloosheid die als een tweede eeltige huid rond de personages hangt, die tegelijkertijd de tragiek en de schoonheid van het verhaal omvat. Als gewonde dieren kruipen ze bij elkaar, bewust dat de nacht onverslaanbaar is, maar de blik op het oosten gericht.

In raak gekozen momentopnames die de lezer bespelen en meeslepen tot aan het onafwendbare, verhaalt Giordano over het leven van zijn personages. Met een uitgepuurde stijl die tegelijkertijd luchtig en diep hun bestaan afpelt tot op het bittere bot, laveert Giordano tussen de dingen die onuitspreekbaar maar toch van levensbelang zijn. Door een opbollend gordijn kijkt de lezer binnen in levens die met wat andere finesses de zijne zouden kunnen zijn.

Ontegensprekelijk is met Giordano een nieuwe meester-chroniqueur opgestaan, die als geen ander het belang van rake zinnen lijkt te beseffen. Waar schaamteloos door de bocht kan gegaan worden, neemt Giordano zijn taal en het verhaal in de hand met een trefzekere stem die des te opmerkelijker is voor een debuutroman. Terecht kreeg het boek dan ook de Premio Strega, de belangrijkste Italiaanse literatuurprijs, toegekend.

Details Fictie
Auteur: Paolo Giordano
Vertaler: Mieke Geuzebroek, Pietha De Voogt
Copyright afbeeldingen: Cargo
Uitgever: Cargo
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
318